1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
114 Het karakter van den wederpartijder Gods is ons geopenbaard in de vernieling tegenover het scheppend vermogen van den Christus. Uit het machtige dossier, welke de ongeloofelijk schrikkelijke gebeurtenis van de verdoemenis ten gevolge heeft, kennen wij slechts een bitter beetje, evenwel genoeg voor ons zelve. De natuur zucht niet onder onze zonde, maar onder den aard van den menschenmoordenaar van den beginne. Want Paulus zegt het toch klaar in Rom. 8, door de schuld van hem, die haar daaraan onderworpen maakte. R\ zou men per sé eenig verband willen zien tusschen de zonde des menschen en de toestand der natuur, dan nog valt men onvermijdelijk verder weer bij Satan terug die „maakte", in wien het verderf zijn oorsprong heeft. In de natuur zien wij niet den vloek, bedoeld als gevolg eener zonde der menschen, maar het verderf, als gevolg van de zonde, die in de wereld was vóór /\dam en Eva vielen. Het gevolg hier bedoeld is ook geen automatisch gevolg als wij ons die als straf zouden kunnen indenken, maar een uitwerking. Satan vernielt; het verderven is zijn aard geworden, voor de gansche Schepping, ook voor den mensch vóór den vai. Indien de mensch zonder meer geschapen ware geweest, had de dood ook in hem gezeten, zonder uitzondering in het vleeschelijke en aardsche. Zonder het proefgebod en den levensboom had /\dam ook aan zichzelf het lichamelijke verderf bespeurd. Na den val werd hem onmiddellijk de levensboom onthouden en verviel hij in de normale orde van de natuur onder de heerschappij van den Satan, de overste dezer wereld vanouds. Van zoo bijkomstige beteekenis was eigenlijk de dood voor de eerstelingen, dat bij de bestraffing der zonde geenszins de afsnijding des levens als eerste gevolg door God genoemd werd. Pas later werd deze uitwerking van den toestand aangehaald bij het weghalen van de oorzaak van den bijzonderen toestand, den boom des levens. Ik acht het van weinig nut nader en detail in te gaan op de natuurlijke beteekenis van dien boom des levens, maar in dat weini^ge nut tredend is mijn meening daaromtrent als volgt. Het elixer met een verderf afwerend vermogen in den boom des levens behoeven wij in zijn voorkomen niet te beperken tot de vruchten van dien boom. Evenmin beperken wij het heil uit het Avondmaal in het brood en den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's