Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

2 minuten leestijd

155 Deze zienswijze heeft ongeschokt standgehouden tot de 17e eeuw. Voorbereid door het stukwerk van andere onderzoekers is de definitieve ommekeer tot stand gebracht door Linnaeus (1707—1778), die in zijn Fundamenta botanica als 157ste van de 365 stellingen poneerde de stelling: Species tot numeramus, quot diversae formae in principio creatae sunt. Zijn levenswerk is het geweest door eindeloos veel experimenten de constantheid der soorten vast te stellen : dat elke soort één zaad geeft en dat dat zaad altijd weer dezelfde soort en nooit een andere voortbrengt. Dertig jaar ^ang heeft hij onafgebroken aan dit probleem gewerkt en meer dan 20.000 verschillende zaden uit alle deelen der wereld heeft hij uitgezaaid. Toch had Linnaeus wel oog voor de veranderlijkheid. Hij kende de variabiliteit, bij de eene soort in grootere mate aanwezig dan bij de andere. Hij kende de hybriditeit. Maar beide konden volgens zijn proeven nooit nieuwe soorten geven. Ook bestudeerde hij uitvoerig de kruising en hij stelde vast dat hierdoor nieuwe soorten kunnen ontstaan. Soorten, wier kenmerken hij in hun geheel in twee andere soorten terugvond, achtte hij door kruising te zijn ontstaan. Veel invloed op het geheele wereldbeeld kon volgens hem hiervan niet uitgaan. En hoe zeldzaam de kruising in de wildlevende natuur is, heeft het onderzoek van Jordan (1814—1897) geleerd, die alle variëteiten van viola tricolor rond Lyon onderzocht en hierbij vaststelde, dat ze spontaan niet kruisten. Van Linnaeus' levenswerk is practisch alleen zijn systematiek overgebleven. Hij, die zoo geniaal de constantheid der soorten poneerde en door zijn proeven bewees, leefde merkwaardigerwijze juist op den grens van het tijdperk, waarin de theorie van de veranderlijkheid der soorten het geheele biologische denken in beslag nam. Voorbereid door Cuvier en Lyell in de geologie, door Lamarck in de zoölogie en door Rousseau in de phylosophie, werd deze theorie van het ontstaan der soorten door variabiliteit door Darwin uitgewerkt 'en op meesterlijke wijze beschreven in zijn : The origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life (1859). Ik behoef hier niet verder uit te wijden over de aanvankelijke koele ontvangst en de daaropvolgende geestdriftige verdediging en uitbreiding van het werk van Darwin door Haeckel en Weismann tegen de felle oppositie van Virchow in. De verslagen der natuurphylosophische

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's