1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 74
68 derschrift geeft. Zoo is het toch niet. En de schilderij èn het onderschrift heeft spr. beschouwd, maar hij vindt geen overeenstemming. Spr. zou wenschen een explicatie van den auteur van het schilderij te hebben. Men zal zeggen, dat zij in Rom. 8 te lezen staat. Inderdaad leest spr. ihier een goddelijk woord, maar het werd door den mensch Paulus uitgesproken en spr. vindt het moeilijk hier de grens te trekken. Bovendien is de uitleg van de bedoelde passage uit Rom. 8 niet gemakkelijk. Dat geven zelfs theologen toe. Spr. voelt veel voor de opvatting van a Marck en De Moor, waarbij Qeesink zich min of meer aansloot: „lijden" en dood van plant en dier is van het begin af regel geweest. Wij menschen brengen onze eigen gevoelens, deugden en ondeugden op het dier over. Het is voor spr. de vraag of er in de benedenmenschelijke natuur van lijden sprake is. Slechts hij kan lijden, die weet van gisteren en hoop heeft op morgen. Wreedheid enz. kent ook het dier niet. (Zie Long: „Leven en sterven in de Wildernis" en Crowther Hirst: Is „Natvire Cruel?" door Long geciteerd). Zedelijk bewustzijn ontbreekt er. Kuyper heeft het verondersteld bij paard en hond (van de voleinding), maar die lijkt spr. in het licht der jongere wetenschap niet houdbaar. De door spr. naar voren gebrachte voorsteUing, dat leven en dood van den beginne afwisselen, doet hem beter de leer van Gods onderhouding verstaan. God onderhoudt het een ten koste van het ander. Inderdaad : het leven vecht voor zijn bestaan. Dit is een oer-eigenschap van het levende. En toch is de natuur ook altruiïstisch : de een geeft zich wetmatig voor den ander. Multatuli deed bij het ^'ersje van De Liefde : „Een leeuwerik heeft gevonden. Een wormpje in den grond. En 't loflied opgezonden. Vroeg in den morgenstond" deze vraag : „zou 't wormpje ook een loflied gezongen hebben?" Ja, ook h.A wormpte zingt lof; het is transparant en we zien Gods wondere grootheid in zijn opoffering voor de leeuwerik. Dit is een parallel met het menschelijk leven. De Christen offert zich op; de nietChristen wenscht de zelf-offerande niet. /\an Dr. Schouten antwoordt spr. dat inderdaad de fossielen pleiten voor zijn voorstelling. Hij geeft toe dit argument te hebben kunnen gebruiken, al moet hij opmerken, dat de leer der fossielen een natuurwetenschappelijk resultaat is. De Bijbel spreekt er niet van. /\an Dr. Verloop deelt spr. mede, dat hij het rooven der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's