Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114

2 minuten leestijd

108 band aan de schepping had. Maar zoo staat de zaak niet. De mensch is gemaakt uit het stof; koestert zich in de zonneschijn; leeft van de vruchten van het geboomte; en — alles wat in de anorganische en in de organische schepping gevonden werd, bereikt in den mensch zijn hoogste ontplooiing. De mensch is niet in evolutionistischen zin uit de overige schepselen opgekomen; maar in ideëelen zin mag men toch zeggen, dat de schepping in den mensch zijn afsluiting vindt, /llles wat in de andere schepselen dof glanst, krijgt in den mensch zijn schitterendste flonkering. Daar is eenheid tusschen mensch en natuur; daarom is het niet willekeurig, dat heel die schepping met den mensch in het verbond betrokken werd, in dien vorm, dat 's menschen houding tegenover het verbond gestalte kreeg in zijn doen en laten met betrekking tot die schepping en dat de zegen of de vloek overeenkomstig die houding zich ook in die schepping verwerkelijkte. d. Vraagt men nu hoe dat mogelijk zou zijn, dat een schepping, heerlijk door God gemaakt, op zulk een wijze zou verworden of verwilderen dat een Schieter der Schwermut zich over heel die schepping uitbreidt? Dan lijkt mij het eenig juiste antwoord daarop toe dit te zijn. /\ls God de schepping maakt, dan is zij nog niet, wat zij wezen moest en wezen kon. Zij kon opgevoerd worden tot hooger heerlijkheid, en zij zou dat zijn, als de mensch was blijven staan —; zi'j kon ook aan de ijdelheid en verderfelijkheid onderworpen worden en daardoor verwilderen, indien de mensch viel. De val is voor God geen verrassing geweest; Hij wist dat ze komen zou en daarom heeft Hij de wereld zoo gemaakt, dat zij, zonder dat er iets wezenlijks aan haar verenderde, een prooi der verwording kon worden. Dat is wat men noemen kan het infralapsarisch karakter van de schepping; waarbij men het besluit der schepping in orde stelt na het besluit van den val. Wordt deze voorstelling ook niet gestaafd door wat de natuur ons telkens te zien geeft? Kunnen niet door cultivatie doorns in takken en door verwildering takken in doorns overgaan? Kan men niet bijna alle vleeschetende dieren gewennen aan het eten van plantaardig voedsel?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's