Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77

2 minuten leestijd

;i Ds. van Dijk ziet daarin een bevestiging van zijn bewering, dat de onvolkomenheden, die nu aan elk schepsel kleven, vrucht van de verwording zijn, die tengevolge van de zonde in de wereld is ingekomen. De heer Penning meent, dat de mogelijkheid van beschadiging onafscheidelijk samenhangt met het feit, dat de mensch uit stof is opgebouwd. Dit is moeilijk te rijmen met een ideaHstische opvatting van het paradijs. Ds. van Dijk stemt toe dat de mogelijkheid van beschadiging bestond en eeuwig zal blijven bestaan, maar voor den val weerde God elke beschadiging van den mensch af. De heer Verseveldt vraagt of wij in Romeinen 8 niet te doen kunnen hebben met een subjectieve meening van Paulus, evenals ook bij zijn uitspraken over den tijd van Christus' wederkomst? Paulus begint zijn uitspraak m e t : „Ik houd het daarvoor". Kan hij zich niet vergist hebben, evenals met betrekking tot de wederkomst? Ds. van Dijk verwerpt dit standpunt ten eenenmale. Paulus heeft zich niet vergist met betrekking tot den tijd van Christus' wederkomst. De exegese, die tot deze conclusie leidt, is verkeerd. Wat blijft er over vaii het Schriftgezag, als men allerlei uitspraken van Paulus zou mogen zien als uitingen van zijn persoonlijk inzicht, dat niet gedragen wordt door de Jnspiratie"? Afgezien van de verkeerde verklaring van h e t : „Ik houd het daarvoor", m a g men niet voorbijzien, dat dit in elk geval niet van beteekenis is voor de onderhavige quaestie. In vers 19 constateert Paulus objectief een feit, waarop hij het in vers 18 gezegde laat rusten De heer Verseveldt meent in de tweede plaats, dat wat Ds. van Dijk gezegd heeft over de volkomenheid van den mensch boven het dier, niet opgaat. Dieren zien scherper, hooren scherper, zijn sterker dan een mensch. Alléén psychisch overtreft de mensch het dier. Ds. van Dijk antwoordt: Dat is niet juist. Er zijn idioten, die veel beter „verjaardagen-geheugen" hebben dan een normaal mensch; staan zij daarom hooger? Het voortreffelijke van den mensch is, dat hij centraal, harmonisch, door zijn geestelijk vermogen vermag, wat een dier door een bepaald, buitengewoon sterk ontwikkeld vermogen kan. De mensch draagt alle „kunnen" van het dier centraal in den schat van zijn geestelijk kunnen. De heer De Graaf zegt: Dieren dooden niet uit moord-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's