1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 103
97 ingewerkt op de Schepping, waarvan de mensch deel uitmaakte, heeft men, zoo heb ik in mijn eerste stelling gezegd, uit te gaan van wat de Schrift ons over deze materie leert. Ik bedoel daarmee dit. Stel, ik heb voor mij liggen een vrij ingewikkelde plaat; en bij die plaat een verklarende beschrijving, dan zal ik, om tot recht verstand te komen van wat plaat en beschrijving mij te zeggen hebben, die beide tegelijk moeten beschouwen. Iemand, die eerst de beschrijving zou gaan lezen en daaruit bepaalde conclusie's zou gaan trekken, zou groot gevaar loopen zich te vergissen. Allicht zal hij uit bepaalde uitspraken van die beschrijving iets lezen, dat op de plaat niet klopt en dat hij er niet in gelezen zou hebben wanneer hij die uitspraken terstond had willen bezien in het licht, dat door de bijbehoorende plaat daarop wordt geworpen. Maar evenmin is het goed eerst alleen de plaat te bezien, daaruit zijn conclusie's te trekken, zonder tegelijk ook kennis te nemen van de bschrijving. Ook wie zoo te werk gaat, zal gemakkelijk aan dit of dat deel van de figuren, die hij heeft beschouwd, een zin geven, die strijdt met de beschrijving, en waartoe hij niet gekomen zou zijn als hij die figuren had willen zien in het licht van de daarbij behoorende, verklarende woorden. Ieder gevoelt, dat niemand het recht zou hebben om op zulk een manier te werk gaande straks te zeggen : „Ik heb gelezen wat daar staat en wat die figuur nu te zeggen heeft, dat doet er niet toe; wie daar iets anders in meent te vinden, dan wat ik als waarheid vond, vergist zich", óf „ik heb die plaat goed bekeken en al staat daar in de beschrijving nu iets, dat met mijn opvatting duidelijk in strijd schijnt te zijn, dat kan eenvoudig niet zoo wezen; dan moet dat bepaald anders worden gelezen". Ieder gevoelt, dat plaat en bijschrift saam moeten worden gezien en dat alléén zoo, van elk van beide, de juiste beteekenis gevonden kan worden. Niet anders is het wanneer wij te doen hebben met natuur en Heilige Schrift. De natuur doet ons allerlei dingen zien, waarover de Schrift ook spreekt. En nu zal men ten dezen noch een juist inzicht kunnen krijgen in wat de Schrift zegt, noch in wat de natuur doet zien, zonder deze beide dingen te beschouwen in elkanders licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's