1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 168
162 ook in de ontwikkeling moeten opnemen. En den mensch te beschouwen als een evolutieprodukt van anthropoïden is zonder twijfel in strijd met de Goddelijke Openbaring. Verschillende sprekers hebben gezegd, dat ik mij wel wat gemakkelijk van de palaeontologie heb afgemaakt. Maar de bespreking van deze wetenschap lag buiten mijn onderwerp. Het ging alleen over de vraag, of een verklaring langs den weg van evolutie mogelijk was. Het is een geheel andere vraag, hoe de verschijnselen der palaeontologie dan wel verklaard moeten worden. Wanneer ik betoog, dat de overeenkomst der soorten niet door evolutie verklaard kan worden, dan volgt daaruit nog niet, dat ik van meening ben, dat twee kolibri-soorten, die op twee verschillende eilanden voorkomen, naast elkaar geschapen moeten zijn. Dit zijn verschijnselen, die onderzocht moeten worden. Er zijn diersoorten verdwenen en er zijn soorten, die er vroeger niet waren. De variatiegrenzen der soorten zijn grooter dan wij vroeger meenden. Dit is ook de ervaring der microbiologie. Dr. Wolvekamp heeft gezegd : De biologen spreken niet meer over de evolutietheorie, omdat zij haar als zeker aanvaarden. Dit is onjuist. Ik zou liever zeggen : „Zij zitten er mee". De biologen durven geen stamboom meer op te stellen. flgassiz heb ik niet bestudeerd, maar wel Karl van Bar. Deze wilde de evolutie niet aanvaarden. Hij zeide, er zijn verschillende stadia in de scheppingsreeks. Hij had oog voor de overeenstemming tusschen de soorten, maar hij concludeerde daaruit niet tot afstamming. De heeren Gezelle Meerburg en Verloop meenen, dat ik Darwin onrecht heb gedaan. Ten onrechte. In de theorie van Darwin is het toeval een belangrijke factor bij het veranderen der omstandigheden. Ook heb ik niet gezegd, dat de struggle for life zou beteekenen een strijd der individuen tegen elkaar. Of Darwin na zijn 40ste jaar veel veranderd is, is moeilijk te zeggen, Aanvankelijk deinsde hij er voor terug den mensch in zijn beschouwingen te betrekken, omdat men het scheppingsverhaal toen nog algemeen aanvaardde. Dr. Verloop heeft gezegd : De voleindiging kan niet als een eindstadium der ontwikkeling beschouwd worden, want er komt eerst een vernietiging. Ik handhaaf echter mijn standpunt. In den val in het paradijs hebben wij een catastrophe gehad en in den zondvloed misschien ook,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's