1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57
51 tegenwoordig de macht der wetenschap vaak wordt overschat en een citaat van Von Uexküll, die verklaart: Daher kann man auf die Frage : „Was ist eine wissenschaftliche Wahrheit?" ohne Uebertreibung antworten : „Ein Irrtum von heute". Deze citaten geven het standpunt aan van Hamann, dat duidelijk aan het licht treedt in de volgende hoofdstukken, waarin hij spreekt over de Methoden der natuurwetenschap en over Feiten en Hypothesen in de natuurkunde, in de scheikunde, in de biologie en in de astronomie en geologie. Overal wordt afgedongen op de resultaten der natuurwetenschap. In het slothoofdstuk betoogt Hamann, dat wij slechts een onvolledig en gebrekdig beeld van de buitenwereld kunnen krijgen. Hij eindigt met een Ignorabimus. Dit werk van Hamann verscheen na zijn dood. Prof. Riem en Prof. Heim voegden er nog eenige bladzijden aan toe, waarin zij ook wijzen op de onvolledigheid der natuurwetenschappelijke kennis. Dit boek is geschreven door een der oprichters en voormannen van den Keplerbund. Maar de tegenwoordige leider van den Keplerbund, Prof. Bavink, heeft er eeiTi scherpe kritiek op uitgebracht (Unsere Welt, Februari 1928, Jaargang 20, bladz. 63). Hij veroordeelt de methode en het standpunt van den schrijver en bestrijdt den „dwaalweg van een Ignorabimus-apologetiek". Bavink eindigt zijn bespreking : „7\us diesem Qrunde bedaure ich von Herzen, dasz dieses Buch nicht da geblieben ist wo es war : in eines Verstorbenen Schreibtisch". 7. Dr. W. H. Nieuwhuis, De Schepping en de Zondvloed, 88 bladz.. Kampen, J. H. Kok, 1897. Wij moeten Genesis 1 trachten te begrijpen bij het licht der natuurwetenschappen. De schrijver gaat er van uit, dat de aarde bij haar vorming zeer heet en nog gasvormig was, doch allengs afkoelde. Hij geeft dan een verklaring van Genesis I, de dagen als tijdperken opvattend. Hij betoogt, dat het Paradijs nabij Basra moet hebben gelegen. Verder geeft Nieuwhuis uitvoerige beschouwingen over den Zondvloed. Hij wijst op de beteekenis van den Zondvloed voor de geologie. De gletschertheorie wordt bestreden. Deze moet vervangen woorden door de Zondvloedtheorie van Wilhelm Hahn en fllois Triszl. Van de menschen vóór den Zondvloed, d i . uit het tertiaire tijdvak, is tot dusver geen enkel overblijfsel gevonden. 8. Dr. W. H. Nieuwhuis, Na den Vloed, In het Steentijd-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's