1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 107
101 liggen, dan rijzen er met het oog op het onderwerp, dat wij hier behandelen, drie vragen : a. Wordt hier een zekere verwording in de natuur geleerd als gevolg van 's menschen zonde? b. Zoo ja, hoe ver strekt zich deze verwording uit? c. Welk karakter draagt deze verwording voor die natuur? a. Dat hier geleerd wordt, dat des menschen zonde bepaalde gevolgen heeft gehad voor de natuur, is duidelijk. Zelfs wanneer de lezing om uwentwille vervangen zou moeten worden door „in uw werk" stond dit nog vast door een aanhef van den tekst: „Dewijl gij geluisterd hebt"; dewijl — zóó zij het aardrijk vervloekt. Terwijl vroeger de aarde vanzelf den mensch voedsel bood, zal zij zich nu zóó gedragen tegenover hem, dat zij hem alleen als loon op noesten, zwaren arbeid te eten geeft. Wat zij hem vanzelf biedt, zullen zijn doornen en distelen; planten, die, hoe men ze aesthetisch ook waardeere, in elk geval geen voedsel zijn voor den mensch. In stee van kostelijke spijze — doornen en distelen. Dat is toch zeker verwording. Dat blijft zóó zelfs als men aanneemt, dat doornen en distelen ook reeds vroeger bestonden naast edeler, den mensch dienende planten. Immers dan nog bestaat de verwildering hierin, dat nu doornen en distelen, wanneer de aarde aan zichzelf overgelaten wordt, de overhand hebben over de edeler gewassen. b. Dat er dus hier van verwildering gesproken wordt is duidelijk; een andere vraag is, hoever zich die verwildering uitstrekt. Dr. Pohl in „Das Buch der Natur" zegt: „alleen over de aarde, en dan nog alleen over het bouwland". Nu moet ik eerlijk zeggen, dat die laatste onderscheiding toch vrij naïef is. Alleen over het bouwland. Zijn er dan misschien bepaalde stukken van de aarde, die daar gereed hggen als bouwland? Of : „begint de verwording zich eerst te openbaren als de mensch probeert een deel van de eppervlakte der aarde te bebouwen?" Dat is toch al te dwaas. Neen, heel de aarde, waaruit de mensch zijn voedsel moet hebben, deelt in die verandering, die God om 's menschen zonde doet intreden. Heel de aarde, maar alleen de aarde? Ik moet toegeven, alléén de aarde wordt hier genoemd. Maar bij eenig nadenken gevoelt ge terstond dat dat niet zoo bedoeld kan zijn. In de eerste plaats gaat het hier niet over de aarde als planeet, maar als vruchtdragend land of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's