1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 93
67 deze natuur geen geest of ziel bezit, zooals wij dat van den mensch gelooven? Zij overtrad niet, kon niet overtreden en een overgave aan het verderf in den vorm van den goddelijken vloek komt ons daarom haast onredelijk voor. Nu hooren wij de tegenwerping maken, dat de vervloeking der aarde niet om haar zelfs wil, maar om 's menschen wil geschiedde. De straf der zonde naar lichaam en ziel te dragen zou niet voldoende zijn, ook de woonplaats, de aarde met de haar omringende wezens en dingen, bezield en onbezield, zouden door hun verhoudingen, waarin het onredelijke en disharmonische uitkomt, hem tot lijden en last zijn. De hemel, waar alles goed is, kon hij, onheilig als hij was, niet betreden. De hel, waar de incarnatie van het kwade knaagt aan het zijn, was door genade nog voor hem gesloten. De mensch behoort op een plaats, die tusschen hemel en hel instaat, op de aarde, oorspronkelijk goed, maar nu aan verderf prijsgegeven, dat in zijn doorwerking nog tijdelijk wordt tegengehouden. (Bavinck). Het wil er bij ons niet in, dat 's menschen woonoord aldus is. Ja, het staat er duidelijk in Qen. 3, maar bij nauwlettende beschouwing kunnen de uitdrukking „om uwentwil" en het woordje „u" in de woorden : „doornen en distelen zal het u voortbrengen" een anderen zin hebben dan wij oppervlakkig meenen. De Roomsche schrijver Dr. Joseph Pohle (Breslau) meent op het voetspoor van Dr. Frans Lorinzer, theoloog te Breslau (1821—1893), dat de vertaling om uwentwil niet goed is. Hij leest: het aardrijk zij vervloekt „in deinen Werke" en legt er zoo den nadruk op, dat in /Idam's arbeid in en met het akkerland, iets niet meer in orde zou zijn en dat daarin teleurstelling zijn deel zou zijn. Niet dat de doornen en distelen opkomen zouden als teekenen van een vloek; neen deze zijn precies zoo goed reflexen van de eeuwige schoonheid als /\dam's veldvruchten het waren van Gods goedheid en ze hebben om zoo te zeggen precies dezelfde rechten op de aarde als deze Jldam kan van den bodem en van de natuur niet meer het rechte gebruik maken; hij kan met de dieren en planten niet meer terecht zooals vroeger; hij doorziet de dingen niet meer zooals voorheen. Er staat „een vlammig lemmer eens zwaards" tusschen hem en de natuur. De verhouding van de natuur tot den mensch wijzigde zich definitief; met het boek der Wijsheid (5 : 21) zouden we willen zeggen :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's