1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113
107 lichen Fluch zuziehen sollen. Jeder Fluch Gottes bedingt den Begriff einer Strafe. Gott Straft aber kein unschuldiges Wesen, und Schuld ist nur dort denkbar, wo Erkenntniss und freier Wille herrschen. Beide Yoraussetzungen aber fehlen der Erde, wie auch der gesamten Natur". Maar een dergelijke redeneering gaat uit van een valsche gedachte. De vloek, die over de natuur komt is niet een nieuwe vloek; een aparte vloek naast die, welke komt over den mensch. Het is dezelfde vloek die over den mensch komt en die door den mensch héén uitgaat over de schepping. De mensch stond met God in een verbond; dat wordt niet ipsissimis verbis gezegd, maar dat komt duidelijk uit in alles wat daar in de eerste hoofdstukken van Genesis gezegd wordt over wat daar tusschen God en mensch plaats vond. Daar is een gemeenschapsleven tusschen God en mensch; God en mensch hebben met elkander van doen. Daar zijn geboden, daar zijn beloften, daar zijn bedreigingen. In dat gemeenschapsleven, in dat verbond nu tusschen God en mensch heeft de aarde, heeft de schepping een plaats; de natuur vormt in dat verbond, in dat gemeenschapsleven een element. De mensch moet de hof bebouwen en bewaren; de mensch mag van de boomen eten; de mensch moet de dieren namen geven; de mensch zal heerschen over de dieren. 's Menschen houding met betrekking tot het, door God met hem opgerichte verbond, moest zich zelfs manifesteeren in 's menschen houding tegenover een stuk der natuur, de vrucht n.l. van een bepaalden, door God aangewezen boom. Heel de schepping is opgenomen binnen dien cirkel 'des verbonds, dien God om Zich en den mensch heentrok. Maar zoo de dingen ziende voelt men immers ook terstond, dat de houding des menschen met betrekking tot dat verbond niet zonder beteekenis kan zijn voor de natuur. Omdat de schepping met den mensch in het verbond betrokken was, kan het niet anders of God ziet de schuld, die de mensch, door het verbreken van dat verbond maakt, zich ook over de schepping uitstrekken en zoo gaat de vloek Gods over den mensch, door den mensch heen, ook over de schepping uit. En zeg nu niet, dat zulks dan toch willekeur bij God was. Daartoe zou men misschien, althans schijnbaar, reden hebben, wanneer de mensch geen band, geen organische
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's