1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 45
39 nieuwd, zijn vorm precies gelijk behoudt? Of wijst Boeke O er soms niet terecht op, dat de verschijnselen, die men onder den naam van regeneratie samenvat, op aangrijpende wijze demonstreeren het volkomen domineeren van den vorm? Wel voert het vormvraagstuk diep in de problematiek des levens in, en wanneer men dan telkens stuit op verschijnselen, die erop wijzen, dat bij alle vormverandering, toch het oorspronkelijke type duidelijk herkenbaar blijft, dan liggen daarin toch aanknoopingspunten met die vitalistische ontwikkeling der Hristotelisch-Thomistische wijsbegeerte, die naast de materie de substantieele vorm aannemsn, welke tenslotte beter bekend is als de entelechie. De /Iristotelische entelechie als dat wat zijn doel in zich draagt, is dus een factor, een immaterieel principe, dat de immanente doelstreving van het organisme beheerscht en regelt ODeze entelechieleer nu wint hand over hand veld; en deze constitueering van een zelfstandig levensprincipe is uit den aard der zaak gebaseerd op de erkenning van de eigenheid des levens, tegenover de levenlooze natuur. Met de aanvaarding van het leven echter als een categorie sui generis, valt hier samen de doordringing der natuurbeschouwing door een teleologisch grondinzicht. Hier wordt thans niet nader ingegaan op de wijsgeerige vraagstukken, die door de entelechie-gedachte worden gesteld. /\lleen zij opgemerkt, dat zij een begrip is, dat de grenzen der individualiteit niet te buiten gaat. Er zijn echter in het biologische ook regelmatigheden, die ordeningen doen veronderstellen, die boven de individu uitgaan en dus de natuur als een kosmisch geheel doen zien. Als zulke ordeningen zijn allerlei vormen van symbiose te beschouwen, in haar rusten ook zoovele instinct-handelingen der dieren, waarvan de voorbeelden te vermenigvuldigen. Men denke aan de volkomen zekerheid waarmee een wespensoort met z'n gif zenuw-ganglien van bepaalde rupsen verdooft, om daarna het levende, maar geanaes— thetiseerde dier naar zijn nest te sleepen als voedsel voor zijn larven. Men denke aan den bouw van den termietenbeer met z'n tandelooze mond en lange, kleverige tong, die 1) 2)
Citaat bij : Van der Bom: Philosophie van het Leven. (1932). Uiteenzetting der Thomistische opvatting bij Van der Bom, Philosophie van het Leven (1932).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's