1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 90
84 nen, w.o. de duivel. Wat hier bewaard moest worden tegen de verleiding van dien duivel was de heerlijke rechtstaat van den mensch, kort gezegd, het paradijs in zijn hart. Niet de grond en de boomen en de rivieren en het goud van den hof. Als straks des Satan's list gelukt is, is hel contact tusschen God en /\dam verbroken en is het stoffelijk paradijs voor hem verloren en God drijft hem, de geschondene, uit het ongeschonden paradijs. In 1 Joh. 5 vers 19 zegt de liefdes-apostel, dat wij uit God zijn, m a a r dat de wereld in het booze ligt. Hier behoeven we niet bij stil te staan : wereld zal hier menschenwereld beteekenen of zooiets, waarin het zondige woont. Er is dunkt ons, geen sprake van, dat Johannes zou gedacht hebben aan de disharmonie en de vergankelijkheid in dg in de wereld van het onbezielde en van plant en dier. Nu blijft nog over te wijzen op de bekende woorden uit Rom. 8, het pessimistisch en toch optimistisch getuigenis van Paulus (vers 18—24). De apostel is heel sterk getroffen door de disharmonie in de natuur en spreekt zelfs van een wee en een zuchten der schepping, welke onderworpen is aan de slavernij der vergankelijkheid. Onder schepping wordt hier gewoonlijk niet de menschenwereld verstaan; de zin van dit woord zou zijn : al het geschapene, laten we zeggen de gansche kosmos. Hier is dan aansluiting tusschen de straks bedoelde schrijvers en dichters en den Bijbel. De Schleier der Schwermut bedekt ook bij Paulus de heerlijkheid van Gods schepping, al weet hij, wat de oude Schelling in zijn hart misschien beaamde, maar niet zoo duidelijk zag, dat eens de heerlijke vrijmaking van de vergankelijkheid komen zal. Ge ziet dus, dat er geen feitelijke en rechtstreeksche aanwijzingen van een vloek over aarde, plant en dier in de Heilige Schrift voorkomen, noch zelfs een verwijzing naar de mogelijke oorzaak van hun dood, dan alleen in Gen. 3 en Rom. 8. Het onredelijke en disharmonische wordt er bijna niet aangewezen; hier is een blij optimisme, in tegenstelling meen ik met wat we anders in de antieke wereld vinden. Want we zien in de Heilige Schrift, dat mannen als Jesaia, de auteur van 't boek Job, en niet te vergeten de psalmdichters, de natuur heerlijk bezingen en er dan niets onaangenaams in kunnen zien. Dan is het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's