Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 96

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 96

2 minuten leestijd

90 kan es dich lehren. Was sie willenlos ist; sei du es wollend — das ist's" — n.l. de verkondiger van God. De mensch is het voornaamste schepsel, dat van God een beperkte macht over een gedeelte van die schepping ontving. Daarvan lezen we in Gen. 1, de verzen 26 en 28. Macht over de vogels, over de visschen, over het vee, over het kruipend gedierte, ja over de geheele aarde. Die macht manifesteert zich niet in zijn lichaamskracht, maar in zijn geest. Hij is misschien een der zwakste hoogere wezens, evenwel zijn van God stammende rede geeft hem heerschappij. Door de zonde verloor hij die macht in principe, hoewel niet geheel. Niet dat de leeuw machtiger werd in wildheid of de stormwind in woede ging winnen, toen ü d a m zondigde. Neen, kon hij in den rechtstaat door leeuw noch wind worden belaagd, omdat zijn macht ze beiden het zwijgen oplegde, nu heeft hij gedeeltelijk die macht niet meer. De natuur, het goede, strijdt nu tegen hem, de drager van het kwade. Nog heeft hij eenige heerschappij. Hij exploiteert dier en plant. Hij graaft in de aarde en ontworstelt aan haax de schatten. Hij ontdekt de krachten der techniek in stoom en electriciteit; hij verbaast ons mei röntgen en radio en weUicht is hier het einde nog niet. In Gods schoone schepping zijn Zijn heerlijke gaven verborgen. De mensch mag ze in het zweet zijns aanschijns zoeken. Dat is nog een flauw afschijnsel van Zijn oorspronkelijke macht en heerlijkheid, die wij niet vermogen te doorgronden. Wanneer wij op de traditioneele voorstelling, dat de schepping in principe aan het verderf onderhevig is, critiek oefenen, dan is daar voor ons nog een ernstige reden, die we kort willen bespreken. Het is de vraag, die we in het begin van ons opstel door den leerling lieten stellen. Aangenomen dat in de levende natuur de vloek inkwam in den vorm van lijden en dood, moeten dan alle middelen, die het levende wezen aanwendt om daaraan te ontkomen en die zich in zijn bouw en functies demonstreeren, na den val van /Idam zijn opgetreden? Zijn de krachtige spieren, de soepele pooten, de scherpe klauw en het verschrikkelijke gebit van den leeuw gevormd na den zevenden dag? En was hij vóór den val niet gespe-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 96

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's