1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 99
93 van het lam. De sluipwesp van de rups. De graafwesp van de sprinkhaan. De loopkever van andere loopkevers en wormen. Ze zijn er op ingericht en God maakte ze zoo. Het lam doodt het kruid; de rups eet het blad en doodt de boom; de sprinkhaan vernietigt het maïsveld. Zij zijn er op ingericht om planten te eten en God maakte ze zoo. Het kruid voedt zich met de opgeloste rots; de boom doet hetzelfde; het maisplantje ook, en alle drie voeden ze zich weer met de stoffen uit de vergane soortgenooten. Zij kunnen niet anders, want God maakte ze zoo. Het lam eet het kruid; de stoffen, waaruit het kruid bestond, worden bestanddeelen van zijn lichaam. De leeuw voedt zich met het lam en de stoffen, waaruit het lam bestond, worden deelen van den leeuw. De bliksem treft den leeuw, die de rots moest treffen om haar te splijten, ten einde plantenvoedsel vrij te maken; maar de leeuw is niet voortreffelijker dan de rots; als hij vergaat, worden zijn eiwit- en kalkbestanddeelen tot plantenvoedsel. Het kruid groeit op zijn vergane bestanddeelen; de deelen van den leeuw worden die van het kruid. Het lam eet het kruid weer en vormt zijn lichaam van hetzelve. Een rad, dat ronddraait, en waarvan God in Zijn wijze voorzienigheid de motor is. Vraag nu niet, waarom de dood een deel is van dat draaiende rad. Vraag niet, waarom het leven er een deel van is. De physioloog — de chemicus — de theoloog, ze zullen daarop maar één antwoord kunnen geven, n.l. dat ze het niet weten. En als ze het zouden weten, zouden ze God begrijpen, die van den morgenstond der schepping dat rad in beweging zette en het voortdurend in beweging houdt. Ook in het paradijs is dit alzoo geweest. We zien, dat de dieren planten eten, waarmee vernietiging van 't leven van het individu gegeven is. En de planten aten van de opgeloste rots, het werd door de wateren der 4 rivieren aangevoerd. Het kan niet anders, of ook dieren zijn daar als voedsel gebruikt. (Joh. a Mark; Bernh. de Moor; Geesink). Aarde of rots, plant en dier, alle drie. Adam heeft het gezien. Noch de aarde, noch de plant, noch het dier, al leefden ze van elkaar, konden evenwel hem belagen. Hij was niet alleen aardsch, maar ook een hooger wezen, dat uit kracht van dit hooge standpunt op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's