1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 165
159 eene soort in de andere heeft plaats gehad, en de tweede is de vraag, hoe deze overgang tot stand kwam. Dr. Korthof heeft gezegd, dat over de evolutie in wetenschappelijke kringen niet meer wordt gediscussieerd. Dit is waar. Ik wil er echter op wijzen, dat over de evolutieleer niet meer wordt gestreden, omdat men haar (misschien ten onrechte) nagenoeg algemeen als feit aanvaardt. Ik ben van meening, dat het een vaststaand feit is, dat in wat de geologen de oudere aardlagen noemen, alleen lagere dieren voorkomen. Wanneer de spreker niet van evolutie wil weten, hoe verklaart hij dit verschijnsel dan? Dr. DE GKRY FORTMAN : De referent vat „verwant zijn" op in den zin van een ideahstische systematiek. De Schepper zou in alle schepselen van zijn hand eenzelfde stijl tot uitdrukking hebben gebracht en dit verklaart de overeenkomst, die de evolutie door gemeenschappelijke afstamming in genetischen zin wil verklaren. Deze idealistische systematiek is natuurlijk allerminst iets nieuws, maar een zeer oud standpunt, wat de referent niet doet uitkomen, al zal hii het ook zeker niet als iets nieuws willen voorstellen. Ook zal het nog zeer de vraag zijn of deze „stijl-gedachte van den kunstenaar" niet evengoed in een evolutie-opvatting past, als men de evolutie ziet als de weg waarlangs de Schepper zijn ideeën verwerkelijkt in de vele vormen. Maar hoe dan ook, het is in elk geval beter van het standpunt van den referent om de woorden ..genetisch" en „verwant zijn" niet te gebruiken, omdat ze onnoodig verwarring stichten. 'De stelling van referent: „De evolutietheorie getoetst aan de gegevens der biologie en microbiologie is onwaarschijnlijk" kan toch niet met kennis van zaken wat betreft de biologie zoo worden geponeerd. FWs men wil constateeren, dat de evolutie allerminst bewezen is langs experimenteelen weg heeft men volkomen gelijk. Laten we één tak van de biologie eens nader bezien, b.v. de diergeografie. Deze wetenschap blijft op het standpunt van de idealistische systematiek, dat ook referent inneemt, slechts van een beschrijvend karakter. Men kan b.v. alleen constateeren, dat op het eene eilandje een soort /\ voorkomt en op een ander eilandje er vlak bij een soort B, die slechts weinig verschillen. Ze zijn daar naast elkaar geschapen en daarmee uit. De evolutie-gedachte brengt het in deze en tallooze andere gevallen tot een verklaring, waarbij dikwijls de palaeontologie belangrijke hulp brengt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's