Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69

2 minuten leestijd

63 den mensch verstorend heeft ingewerkt op de schepping, waarvan de mensch deel uitmaakte, heeft men uit te ^aan van wat de Schrift ons omtrent deze materie leert. b. De Schriftuitspraken, die op deze zaak rechtstreeks betrekking hebben (Genesis 3 en Romeinen 8) zeggen zóó duidelijk, dat de schepping is verworden en lijdt, als gevolg van de vloek, die om der wille van 's menschen zonde over haar uitging, dat men, alléén door der Schrift geweld aan te doen, in die uitspraken iets anders kan lezen dan er gewoonlijk in gelezen wordt. c. Di t feit: „de Schepping vervloekt en verworden om de zonde van den mensch", moge ons een oogenblik doen zeggen : „maar wat had de schepping te maken met des menschen zonde?" — het wordt volkomen aannemelijk voor wie bedenkt, dat er tusschen mensch en schepping een van God gewilde eenheid bestond (verbondsgedachte), waardoor des menschen doen voor heel de schepping beteekenis had. d. Bij de vraag naar de mogelijkheid van het intreden van een verwording, waardoor het gansche aspect der zouden zijn. e. Dat er een verwording in de schepping zich openbaart tengevolge van 's menschen zonde staat dus vast. schepping veranderde, vergete men niet, dat God bij de schepping reeds rekening heeft gehouden met het inkomen van de zonde en de veranderingen, die daarvan het gevolg Wat als zoodanig is te beschouwen, moet door de geloovige, aan de Schrift zich verbonden wetende wetenschap, worden nagespeurd. De heer Landwehr wil slechts een enkele vraag stellen, waarvan hij de beantwoording, met name in het betoog van Ds. van Dijk, heeft gemist: Is uit de H. Schrift te bewijzen, dat het werk van den Christus beteekenis heeft ook voor de natuur? De heer Qerbrandy heeft met genoegen geluisterd. Er worde hier iets besproken, dat raakt de verhouding tusschen theologen en onze wetenschap. Wij staan tegenover deze zaak met een voorraad van feiten, die den theoloog niet zoo na liggen. Het verwijt van den theoloog, dat de natuurfilosoof zijn eigen beschouwing in de natuur medebrengt, is niet onjuist en ook begrijpelijk. De katachtige roofdieren b.v. De natuurkundige is geneigd met zijn visie op deze dingen te zeggen : dit kan niet zijn ontstaan tengevolge van vloek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's