1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 145
139 Maar ook de natuur steunt ons hierbij in onze meening. B.v. behalve de ziekte van Weil komt in Duitschland de Schlammfieber, de modderkoorts, voor, een ziekte, die klinisch veel overeenkomst met de ziekte van Weil vertoont, maar er toch van te onderkennen is. Hiervan is de verwekker eveneens een Isptospira, die morphologisch en cultureel niet van de leptospira van de ziekte van Weil is te onderscheiden. Modderkoorts en ziekte van Weil komen in Duitschland reeds tientallen van jaren naast en bij elkaar voor, khnisch goed te differentieeren. Zelf ben ik in de gelegenheid geweest, terv/ille van een bepaald therapeutisch effect, hier in Holland, waar de modderkoorts niet voorkomt, een aantal menschen met de leptospirae van de modderkoorts te infecteeren. En ook in deze proef bleek klinisch en serologisch de eigensoortige werking van deze leptospirae in den mensch in volkomen tegenstelling met die van de Weiliep tospirae. Hier worden dus in de natuur twee microbensoorten voortgekweekt, die elkander zeer na verwant zijn en die toch onder alle omstandigheden zelfstandig voortleven. En dit merkwaardige zelfstandig blijven van microbensoorten in de natuur kunnen we uit de geschiedenis van vele eeuwen bewijzen. De tuberculose der Egyptische mummies is dezelfde, als die we thans waarnemen. De beschrijvingen van pokken, pest, hondsdolheid, melaatschheid, tuberculose, enz. van vele duizenden jaren her dwingen ons tot de aanname, dat men toen in Egypte, Indië, China, Babel met dezelfde microben te kampen had, als wij nu, en dat dezelfde immuniteitsverschijnselen, die wij nu wetenschappelijk bestudeeren en gebruiken, ook toen op de infectie volgden. In de moderne biologische evolutietheorie neemt men graag groote tijdperken aan, waarin de evolutie heeft plaats gevonden. Hier heeft men werkelijk duizenden jaren (4000 a 5000 jaar), waarin organismen, die men geen of weinig wezenszelfstandigheid en veel variabihteit toekende, zich hebben gehandhaafd met een soortconstantheid, die ons zeker moet leiden tot ernstige twijfel aan de mogelijkheid van een omkweeken der soorten. Bovendien moet ik op nog één merkwaardigheid uit biologisch oogpunt wijzen. Zooals ik reeds releveerde heeft men in het kiemplasma, n.l. in de chromosomen en pangenen van eicel en zaadcel, de dragers der erfeliike eigenschappen leeren zien en namen Weismann en De Vries consequent veranderingen in dit kiemplasma aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's