1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 147
141 Vooral de laatste zal mij hierbij leiden, omdat ook in de palaeontologie de mensch in het centrum van de belangstelling van het wetenschappelijk onderzoek heeft gestaan en dus over hem het meest bekend is. En nu komen we bij de bestudeering van de verschillende werken op dit gebied tot de volgende vaststelling (Martin, Weinert, Sailer, Scheidt). 7\ls het er op aankomt om de evolutie uit palaeontologische gegevens te bewijzen, dan is men onmachtig. Integendeel: het materiaal dat men hier verzameld heeft, geeft eerder aanleiding om de ontwikkeling van de eene soort uit de andere te ontkennen en de oude stelling van Linnaeus weer op te vatten. De fossiele mensch wordt vrijwel uitsluitend in Europa gevonden, in de zoogenaamde op één na de jongste der aardlagen : de diluviale lagen en wel in de Würm-ijstijd of de Riss-ijstijdperiode. In deze ijstijdperioden heeft het gletscherijs van Noorwegen uit een groot deel van Noorden Middel-Europa bedekt om zich daarna telkens weer terug te trekken. Het aantal jaren dat men voor deze perioden en dus voor het bewezen verblijf van den mensch in Europa opgeeft, varieert van 40.000 tot 200.000 jaren. En nu heeft men in dezen voortijd de fossielen van twee menschenrassen gevonden : het oudste het Neanderthaler ras en het jongste het Crö Magnon ras. En hoe weinig men ook van het oudste, het Neanderthaler ras en van zijn cultuur weet, toch geeft men onomwonden toe, dat het menschen waren, geen aapmenschen. Hun gemiddelde schedelinhoud overtreft die van vele thans levenden. Ze vertoonen kenmerken van het Australische ras, al vertoonen ze daarmee ook sterke verschillen. Maar al zijn er vele vindplaatsen en vondsten, toch zijn de skeletstukken en resten nog zoo weinig en misschien posthuum nog zoo gedeformeerd, dat nog veel geraden moet worden. Het Het Crö Magnon ras, waarvan eveneens de meeste vindplaatsen in Frankrijk liggen, is ons beter bekend Niet alleen lichamelijk, maar ook in zijn kunst-uitingen. Kunstig versierde steenen wapens en werktuigen, fraai bewerkte rendierhorens geven ons een denkbeeld van zijn cultuur. Zijn dit de uitgestorven menschenrassen, dan mist men dus het half-aap, half-mensch ras. Hiervoor wordt b.v. door Weinert genoemd de pithecanthropus erectus van Dubois. Dubois heeft bewust, op aanwijzing van Haeckel, op Java gezocht naar de missing link en in 1891 bij Trinil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's