Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159

2 minuten leestijd

155 stelsel van Kopernikus die beweging van die planete op eenvoudiger manier as die stelsel van Ptolemëus voorstel. Ten slotte : Natuurwet sn Wonder van D. J. van Rooij en Wonder en Natuurwet van Prof. J. R. du Plessis. 22. Dr. J. R. Honing, Erfelijkheidsleer zonder evolutietheorieën, 16 bladz., Wageningen, H. Veenman, 1920. Over het ontstaan van nieuwe vormen van cultuurplanten of huisdieren weten wij heel weinig en over het ontstaan van nieuwe vormen in de natuur is vrijwel niets met zekerheid bekend, verklaart Prof. Honing in deze inaugureele oratie. Bij zooveel onzekerheid moest er wel een groot aantal theorieën ontstaan. Besproken worden die van Lamarck, Darwin, De Vries en Lotsy. Deze gaan niet op. Het is gewenschl, dat de erfelijkheidsbiologen de evolutie voorloopig maar aan de filosofen overlaten. „Werkelijk, we zijn nog niet veel verder dan Genesis I. dat wij ook niet gclooven." 23. Dr. W. Coenraad, De erfelijkheid in de nieuwere ethiek, 142 bladz., Amsterdam, R. H. Kruyt, 1917. In deze theologische dissertatie wordt onderzocht, welken invloed de erfelijkheidsleer geoefend heeft en moet oefenen op de ethiek. Tevens wordt de vraag besproken, welke de verhouding is tusschen erfelijkheid en erfzonde. De schrijver geeft een overzicht van de resultaten der erfelijkheidswetenschap, speciaal ook op psychisch gebied. Hij wijst er op, dat de Christelijke ethiek de feiten, die de erfelijkheidswetenschap aan het licht bracht, moet aanvaarden. Maar het is ook resultaat van het wetenschappelijk onderzoek, dat de erfelijkheidswetten statistisch van aard zijn, zij leiden voor het individu niet tot een fataliteit, er bestaat ook de mogelijkheid van variatie. De ChristeUjke ethiek mag er op wijzen, dat er naast een erfvloek plaats is voor een erfzegen. 24 Dr. J Bruin, Het Christelijk geloof en de beoefening der natuurwetenschap, 164 bladz , Kampen, J. H. Kok, Ï932. In het eerste hoofdstuk, getiteld Geloof en Wetenschap, geeft de schrijver een motiveering van den titel van het boek en een nadere omschrijving van het probleem, dat er in behandeld wordt. De opschriften der volgende hoofdstukken zijn : II. Natuurwetenschap en natuurphilosophie, III. Natuurwetten, IV. Gods openbaring in de natuur en de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's