1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 58
52 perk of Oudste sporen van den Mensch in Europa, 96 bladz., Leiden, D. Donner, 1901. Sporen van den tertiairen mensch, d.i. van den mensch, die vóór den Zondvloed leefde, zijn tot dusver niet gevonden. Kort na den Zondvloed trad in Europa temperatuursverlaging en gletschervorming op. De tot dusver gevonden menschenschedels zijn niet meer dan 4000 jaren oud, dus veel minder oud dan vele geologen beweren. Nieuwhuis voert verschillende bezwaren aan tegen de toepassing van het beginsel van Lyell bij de dateering van vondsten. Hij bespreekt de vondst van menschelijke beenderen, o.a. in het Neanderthal en bij Cro-Magnon en is van meening, dat dit overblijfselen van diluviale menschen zijn. Verder worden tal van vondsten van werktuigen uit het z.g. steentijdperk uitvoerig besproken. De schrijver acht de voorstelhng, dat een steen-, brons- en ijzertijdperk overal op aarde na elkaar zou zijn opgetreden, onjuist. Vaak zijn deze tijdperken gelijktijdig aanwezig geweest. 9. Dr. W. H. Nieuwhuis, Twee vragen des tijds, 96 bladz.. Kampen, J. H. Kok, 1907. Dit boek bestaat uit twee gedeelten. Het eerste (52 bladz.), getiteld: Christus en de Natuurwetenschap is bswerkt naar het Duitsch van Dr. E. Dennert. Eerst wordt betoogd, dat de heidensche volken een natuurbeschouwing hadden, die ieder wetenschappelijk onderzoek van de natuur onmogelijk maakte. Daarna wordt gesproken over Christus' standpunt t.o.v. de natuurwetenschap, over Christus' uitspraken en Christus' daden (wonderen) op het gebied der natuur. Het tweede deel handelt over : De leer van Darwin. De schrijver wijst er op, dat de afstammingsleer een dogma is, dat langs speculatieven weg werd gevonden. Hij geeft dan een uiteenzetting van Darwins leer der natuurkeus en oefent daarop een scherpe kritiek. 10. Dr. J. R. Slotemaker de Bruine, Darwinisme, Een studie over Evolutie, Selectie en Mutatie, 69 bladz., 2e druk, Utrecht, G. J. K. Ruys, 1910. Deze brochure behandelt de vraag, of er in de natuurwetenschap geen plaats meer is voor het geloof aan het bovenzinnelijke, aan het bovennatuurlijke en aan God. Schr. wijst er op, dat de evolutieleer geen betrekking heeft op het ontstaan van het heelal of van het leven. De evolutieleer is een dogma, een apriorisme. Maar het is een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's