Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

2 minuten leestijd

148 nun einen überwaltigend klaren Hintergrund (bl. 214). Als reahst behandelt Bavink aan het eind van dit deel het kenproces in de natuurkunde. Hij bestrijdt het conventionalisme en het apriorisme. Die Voraussetzung der Existenz der Wahrheit ist die Qrundvoraussetzung aller Forschung überhaupt. De tegenwerping, dat het wereldbeeld nog weleens door geheel nieuwe ontdekkingen geheel kan veranderen, wordt niet door hem aanvaard. Wij weten hoever wij zijn; er is een grens aan de ontdekkingen, evengoed als aan het ontdekken van nieuwe werelddeelen (bl. 237). In het tweede deel: Heelal en flarde (bl. 244—292) wordt een overzicht gegeven over de ontdekkingen der sterrenkunde van den laatsten tijd. De vraag, of uit de entropiewet volgt, dat de wereld nog slechts een eindigen tijd zal bestaan, beantwoordt de schrijver ontkennend. Over de tijdelijke eindigheid der wereld weten wij volgens hem niets positiefs. In deel III over Materie en Leven (bl. 293—467) komt allereerst het probleem Mechanisme of Vitalisme ter sprake. Deze oude strijd wordt volgens Bavink beslecht door de moderne physica. Hij meent, dat de geldigheid der physisch-chemische wetten een bovenste grens heeft bij de samengestelde atoomcomplexen, d.i. daar waar het leven begint. Het determinatieprobleem wordt besproken, het verband tusschen causaliteit en doelmatigheid en ook het psychophysisch probleem. Daarna wordt de soortvorming uitvoerig behandeld. Bavink is een overtuigd voorstander van de afstammingsleer. Hij meent echter, dat de vraag, of de soorten langs den weg van descendentie gevormd zijn, geheel gescheiden moet worden van de twee kwesties : welken weg heeft de ontwikkehng gevolgd (stamboomprobleem) en welke oorzaken hebben de veranderingen bewerkt (factorenprobleem). Over het stamboomprobleem oordeelt hij : ignoramus sed non ignorabimus. Hij staat zeer critisch tegenover tot dusver geconstrueerde stamboomen. Bij de bespreking van het factorenprobleem verwerpt hij het lamarckisme en ook het oudere darwinisme. Hij meent echter, dat, wanneer er eenmaal idiovaraties zijn, de selectie een rol kan spelen bij de vorming van nieuwe soorten. In deel lY over Natuur en Mensch (bl. 468—588) wordt eerst een overzicht gegeven van de opgravingen van fossiele menschenbeenderen, dan wordt gesproken over

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's