1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 105
99 theoloog zegt: „nu moeten jullie daarmee maar zien klaar te komen, want zoo is het en anders kan het niet zijn". Schrift en Natuur moeten naast elkander gehoord. Ja, ik meen, dat in de zaak waarover het hier gaat, de Schrift als eerste getuige dient op te treden. Dat ligt in den aard der zaak. Het gaat hier over : „verwording of verwildering", d.w.z. over een bepaalde verhouding tusschen wat de natuur nu is en wat zij oorspronkelijk zou zijn geweest". Maar over wat de natuur oorspronkelijk was, kan niemand door wetenschappelijk onderzoek hst volle licht doen opgaan. Ook van de oudste erfenis, die de natuur ons heeft gelaten, is nooit met zekerheid te zeggen of wij daarin nog het aller-oorspronkelijkste hebben; zelfs daarbij is zekere deformatie niet uitgesloten. Van de wording en bet oorspronkelijk-zijn spreekt alleen de Schrift; zij alléén kan daarom het vraagstuk van „verwording" aan de orde stellen. Het feit, dat de Heer Heidinga over zijn onderwerp heeft gesproken, bewijst reeds, dat hij eerst iets uit de Schrift heeft opgevangen, dat hem deze richting heeft uitgewezen. Maar dan gaat het toch niet aan om daarna tegen die Schrift te zeggen : „nu zullen wij verder de zaak zonder u uitmaken en wat gij te zeggen hebt moet zich dan maar naar ons inzicht schikken". Dat moet falikant uitkomen. Alléén wie in dezen uitgaat van de Schrift en dan de Schriftuitspraken ziet in het hcht, dat het onderzoek der natuur daarover ontsteekt, zal het gezag der Schrift niet aantasten, zal aan de natuurwetenschap haar volle rechi geven en zoo komen tot de juiste conclusie's. b. Komen wij er nu toe om te vragen wat de Schrift over deze dingen leert, dan meen ik met het volste recht te kunnen zeggen: „De Schriftuitspraken, die op deze zaak rechtstreeks betrekking hebben (Genesis 3 : 17—19, Rom. 8 : 19—22) zeggen zoo duidelijk dat de schepping is verworden en lijdt, als gevolg van den vloek, die om der wille van 's menschen zonde over haar uitging, dat men, alleen door de Schrift geweld aan te doen in die uitspraken iets anders kan lezen, dan er gewoonlijk in gelezen wordt". Eerst is daar Genesis 3 : 17—19, dat in onze vertaling luidt: En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: „gij zult daarvan niet eten", ZOO ZIJ HET AARDRIJK OM UWENTWIL VERVLOEKT;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's