1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 97
91 cialiseerd in de roofdierrichting, maar meer een algemeen zoogdiertype, dat 't kruid des velds at? Is dit laatste het geval, dan is zijn omvorming zoo aanzienlijk, dat we deze een nieuwe schepping kunnen noemen. Het is bekend, dat de hagedis, als zijn staart aan de punt wordt aangegrepen, door een reflex zijn staart afwerpt en zelf vlucht. Niet tusschen 2 wervels breekt de staart, maar midden in het wervellichaam, waar een soort voeg aanwezig is, terwijl vernauwingen in het bloedvatenstelsel ter plaatse reeds rekenen op de komende breuk. Is die staart zoo geformeerd? Of is en werd hij zoo gevormd toen de val een feit geworden was? Ongeveer hetzelfde zien we bij de jonge zeekrabben, die eveneens door autotomie ontvluchten aan den dood. Daartoe bezitten de pooten, dicht bij het lichaam, een kerfje of insnijding. Is dit opgetreden toen het verderf inkwam, als bewijs van „genade" aan het dier? We willen geen voorbeelden meer opsommen. In het algemeen kunnen we vragen of alle inrichtingen, die het levende wezen dienen om als individue en als soort in stand te blijven en die veelal in hooge mate onze bewondering wekken, wellicht aangebracht zijn na den val? (Kuyper). Maar dat moet dan een omvorming zijn geweest, zoo groot en diepgaand, dat ze een tweede schepping kan heeten. Een verandering zoo groot, dat mocht ze waarheid blijken te zijn, zij aan de theorie van de aanpassing van de evolutionisten een basis zou geven. Dr. H. Bavinck, die in zijn dogmatiek de vloek in de natuur verdedigt, heeft dit gevoeld en hij meent, dat de schepping in zekeren zin infralapsarisch is. Dat wil hier zeggen, dat God vooruitziende en rekening houdende met het feit van den val, de dieren en de planten in den staat der rechtheid met dezelfde middelen begiftigd heeft, die evenwel anders werden gebruikt of niet gebruikt, zij 't tijdelijk, om straks als de zonde een feit was, volkomen aan het doel te beantwoorden. Zoo zou het roofdier planten eten, wat volgens hem wel zou gaan, hetgeen met een beroep op Darwin, die leerde, dat alle dieren aan plantenkost kunnen wennen, waarschijnlijk wordt gemaakt. Zoo zou dus de egel zijn verdedigingsmiddelen der stekels, de slak haar beschermend huisje, de slang zijn gift en gifttanden, de roofvogel zijn gebogen scherpe snavel en ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's