1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 136
130
|jj j fl 'I
teles nam reeds een veel hooger standpunt in. Bij hem ontwikkelt elk schepsel zich tot een van tevoren vastgesteld eindstadium, maar ook in de natuur, als geheel beschouwd, nam hij plan, gang en opklimming der schepselen aan. Maar verder bracht hij het niet, kon men het zonder openbaring ook niet brengen. Voor de Christelijke natuurbeschouwing was het voorbehouden het gansche wereldgebeuren te zien als één groote evolutie van Gods raadsbesluit met vastgesteld einddoel. En in deze wereldontwik keling als gouden draad, als kerngebeuren de gang van het koninkrijk Gods. Soms met katastrophale schokken als in den hof van Eden of op den heuvel Gotgotha, dan weer ongemerkt rijpend in afzondering, besloten in het volk Israël. En inu na het groote Pinksterfeest zijn we gekomen in het voorlaatste stadium, dringend naar, wachtend op de voleindiging. En, waar naar ons vaste geloof in deze voleindiging ook zal voleindigd zijn de ontwikkeling van de gansche wereld, zien we in dit wereldgebeuren één machtig ontwikkelingsproces langs vaste door God gestelde banen, waarbij de evolutie van het koninkrijk Gods de wereldevolutie regelt en stuurt, zooals de kern het gansche celleven regelt en drijft. De evolutietheorie is zoo beschouwd een positief Chri.5ielijke theorie. Maar ze is in vrijwel alle hoofdpunten diametraal tegengesteld aan de Darwinistische evolutietheorie in welken vorm dan ook. Ze neemt wel een ontwikkeling aan waarbij allerlei bijzonderheden sterk gewijzigd worden, zoodat schier van volledige gedaanteverwisseling kan gesproken worden. Maar ten eerste geschieden deze veranderingen volgens een vast bestek. Toeval of kansrekening, waardebepaling van in- of uitwendige factoren, die op zichzelf zonder verband met den geheelen opzet, het ontwikkelingsproces zouden kunnen voortstuwen, zijn uitgesloten. Tot de kleinste bijzonderheden zijn onveranderlijk bepaald. Niets wordt aan het toeval overgelaten of onttrokken aan de leiding van Hem, die gansch dit drama componeerde. Een tweede belangrijk punt is dat de verandering en ontwikkeling, die we waarnemen niet leidt tot wezensverandering. Evenals de eikel wezensgelijk is met de eikenboom en de bevruchte eicel wezensgelijk met den volwassen mensch, zoo ook is de wereld van het paradijs, van de zondvloed en van heden wezensgelijk met de nieuwe wereld en nieuwe aarde, waarop in de Christelijke evolutietheorie alles moet uitloopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's