Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142

2 minuten leestijd

136 congressen van 1863 en 1877 doen ons dien strijd als oog- en oorgetuigen meebeleven. Ook over de voornaan^st^ stellingen, waarop Darwin zijn theorie deed rusten, kc:n ik kort zijn. De variabiliteit der uitwendige omstandigheden, bij Linnaeus voor soortvorming niet van belang, vormt bij Darwin, in samenhang met de erfelijkheid van verworven eigenschappen en the survival of the fittest, de grondslag waarop zijn theorie rust. Door vermeerdering van kennis omtrent de fijnere bouw en de groei der organismen leerde men de beteekenis van kiemplasma en kern, van chromosomen en pangenen inzien. De theorie van Darwin en Lamarck moest door deze verdieping van kennis op gansch andere wijze geconstrueerd worden. Weismann nam zijn uitgangspunt dan ook in dit kiemplasma en Hugo de Vries met zijn mutatietheorie in de pangenen. Welk een afstand bestaat er niet tusschen de theorie van Darwin en de mutatietheorie van De Vries. Bij de Vries niet meer een geleidelijke verandering van eigenschappen door uitwendige factoren en daarbij een overerving dezer eigenschappen, maar bij hem een plotselinge verandering in de allesbeheerschende pangenen der kiemcel en tengevolge hiervan een nieuwe soort, waarvan het mogelijk is, dat ze beter weerstand kan bieden aan veranderde omstandigheden en zoo de overhand kan verkrijgen. En nu zijn dit alle theoretische constructies, die voor onze natuurbeschouwing alleen waarde hebben, als ze in opzettelijke door den mensch bedachte of onopzettelijk door de natuur uitgevoerde experimenten door feiten worden gestaafd. En in dat opzicht kan de biologie niet op eenig succes bogen. De Oenothera Lamarckiana, waarvan De Vries als mutant de Oen. gigas kweekte, v/ordt door bevoegde botanici algemeen als bastaard aangemerkt, zoodat hierbij van mutatie geen sprake is. Over de soms belachelijke proeven om de theorie van Darwin en Lamarck te bevestigen, zal ik niet spreken. Zij zijn obsoleet. In zoƶlogie en botanie geeft men tegenwoordig eerlijk toe, dat het ontstaan van een nieuwe soort, de verandering van een lagere in_ een hoogere soort nog nooit is waargenomen. Eigenlijk zijn er nog maar twee terreinen der biologie, waar deze strijd gestreden wordt en dat zijn de microbiologie en de palaeontologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's