Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150

3 minuten leestijd

144 Qoddelijken oorsprong. H e t : Ik geloof in God, den Vader, den Schepper v a n hemel en aarde, sluit in, dat wij alles van Goddelijken oorsprong afkomstig weten te zijn. En dat is een geloofsstuk, dat boven de menschelijke wetenschap uitgaat, maar voor den geloovige een volkomen bevredigende oplossing geeft. God is het, die in de schepping Zijn kracht heeft verbonden aan de stof, de stof als instrument voor Zijn kracht heeft geschapen. H e t : in Hem leven wij en bewegen wij ons, geldt niet alleen voor den mensch, maar voor al het geschapene. Hij heeft Zijn kracht geopenbaard in de stof in onderscheiden maat en heerlijkheid. Een ander is de heerlijkheid der sterren en een ander is de heerlijkheid der zon, een ander is de heerlijkheid der planten en een ander de heerlijkheid der dieren. Heerlijk, volmaakt zijn ze alle. God zag, dat het goed was. Maar Hij schiep ook alles naar zijn aard. Hij schiep de visschen naar hun aard. Hij schiep de planten naar hun aard en alles, wat Hij schiep, had een eigen aard. En voor zoover ons een blik gegeven is in de natuur, is die aard vast en onveranderlijk, met alle variatie en modulatie, die eigen is aan die aard. En ten laatste van alle schiep God den mensch naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis, als de hoogste openbaring van Zijn wezen in de stof. Aanvaarden we dit, dan is voor ons geen evolutietheorie noodig om het verband en de overeenkomst en de geleidelijke opklimming van al het bestaande te verklaren. Die eenheid is een noodzakelijk gevolg van de eenheid van oorsprong, evengoed als de oneindige verscheidenheid alleen te verklaren is door de alles overtreffende rijkdom van den Oorsprong aller dingen. Van dit standpunt bezien, kan ik niet anders dan overeenstemming verwachten bij alle verscheidenheid. Maar hoeveel overeenstemming ik ook verwacht, door de volmaakt bijzondere en afzonderlijke plaats van den mensch in het scheppingsverhaal, moet ik aannemen een niet te overbruggen afstand tusschen mensch en dier, een afstand, die ook palaeontologisch gehandhaafd blijft. Ran den anderen kant verwonderen ons niet de zoogenaamde atavismen. Ik zou ze willen rangschikken onder dezelfde verschijnselen, die we bij de microben onder het hoofd variabiliteit saamvatten. Er zijn anatomische en physiologische kenmerken, die we in bijna 100 % der individuen der onderzochte soort aantreffen en die de soort bepalen, er zijn er, die slechts in enkele procenten optreden en regelmatig bij een andere soort aangetroffen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's