Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112

2 minuten leestijd

106 ring weg zal vallen, het oogenblik dat, zonder dal het schepsel zelf dat weet, samen vallen zal met de verheerlijking van Gods kinderen. Want gelijk het schepsel der ijdelheid onderworpen werd tengevolge van de zonde en het onder den vloek komen van de menschheid, zoo zal het van de ijdelheid verlost worden, wanneer de door Christus verloste menschheid voorgoed van onder den vloek uitkomt. Zoo zegt de apostel. En het lijkt mij ten eenenmale onmogelijk, om, terwijl men de inspiratie, de onfeilbaarheid van de Schrift wil handhaven, niet te aanvaarden, de waarheid, dat metterdaad, als gevolg van der menschen zonde, een verderfenis, een verwording in de natuur is ingekomen en te zeggen : „de natuur is nog precies zoo, als zij uit Gods hand voortgekomen is". En komt men nu met deze voor de hand liggende verklaring dezer Schriftuitspraken tot de natuur, dan lijkt mij daar zooveel te vinden te zijn, dat hiermee correspondeert, dat er, al zijn ook niet terstond alle dingen duidelijk, er geen reden is, deze Schriftuitspraken te desavoueeren ot te dwingen tot een beteekenis, die zij toch, naar eerlijke exegese, niet kunnen hebben. De natuur is ontzaglijk heerlijk, maar is er toch ook wel niet veel, waarvan men zegt, zou dat niet beter, schooner, doelmatiger kunnen zijn? Is er wel één dier, wel één plant, waarvan men kan zeggen : „daar mankeert nu letterlijk niets aan"? Daarin is, om het zoo eens te zeggen, de idee, die daaraan ten grondslag ligt, ten volle verwerkelijkt. Kan men dat als volkomenheid aanmerken, dat de nachtvorst de pas uitgeloopen looten van den boom vernielt, de bloesem onvruchtbaar maakt; dat de zomerregens den oogst doen verrotten, dat de kanker den boom aanvreet en krom en scheef doet groeien en ten slotte sterven? Mannen als Schelling en Schopenhauer mogen hebben overdreven, maar is er toch, voor w.ie onbevangen de dingen beziet, niet werkelijk iets te vinden van die Schleier der Schwermut, die over de natuur uitgespreid ligt? En vindt dat niet zijn verklaring in en vormt het niet tegelijk een bevestiging van de uitspraken der Schrift, waarover wij het hadden? c. En nu kan ik mij voorstellen, dat iemand met Dr. Pohle zegt: „Es würde auch jeder erkennbare Grund fehlen, weshalb die Erde als solche sich hatte einen gött-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's