Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 167

Bekijk het origineel

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 167

1 minuut leestijd

161 lijk verband tusschen de opeenvolgende termen der reeks. Volgt hier niet uit, dat er een supranatureele (goddelijke) fa<:tor moet zijn, die de genese tot stand heeft gebracht? Dr. REITSMA : Ik geloof ook, dat wij er voor moeten oppassen termen niet in meer dan één zin te gebruiken. Daarom heb ik wel eenig bezwaar tegen de uitdrukking „Christelijke evolutieleer". Het woord evolutie heeft nu eenmaal een bepaalde beteekenis. Hetzelfde geldt, zooals reeds opgemerkt is, van de termen „verwant zijn" en „genetisch", die de spreker gebruikt heeft. Dr. Korthof meent, dat de soorten, die nu bestaan, als zoodanig geschapen zijn. Maar in de oudere lagen komen alleen lagere soorten voor en in de jongere lagen ook hoogere. Voelt de inleider niets voor de argumenten der palaeontologen, die uit deze waarneming afleiden, dat de eene soort uit de andere is ontstaan? Dr. Korthof heeft alleen gesproken over evolutie bij den mensch en in de microbiologie. Daarin staat hij wel sterk. Maar hoe is het met de ontwikkeling in de gewone dierenwereld? Ik zou wel graag weten, hoe de inleider denkt over de rudimentaire organen. Vele voorstanders der evolutieleer beschouwen het voorkomen van deze organen als een sterk argument voor de evolutietheorie. Dr. KORTHOF : Door twee sprekers is bezwaar gemaakt tegen de wijze, waarop ik sommige woorden (psyche, evolutie) gebruikt heb. Ik meen echter duidelijk te hebben aangegeven, wat ik onder evolutie versta. Het woord „psyche" is gebruikt in een zin, die de beteekenis „goddelijke kracht" nadert. Dit woord moet aangeven, dat er een algemeene „levenskracht" is. Ook het begrip „genetisch" heb ik voldoende gedefinieerd. Wanneer men let op de omschrijvingen, die ik heb gegeven, behoeft er geen verwarring te ontstaan. Wat was de bedoeling van mijn referaat? Wij zien, dat er overeenkomst bestaat tusschen de verschillende soorten. Vele biologen zeggen : dit moet zoo worden verklaard, dat de eene soort uit de andere is ontstaan. De bedoeling was na te gaan, of er in de biologie en de microbiologie argumenten voor dit standpunt zijn. Mijn conclusie was, dat deze er niet zijn. De debaters hebben dit ook wel toegegeven. ' Dr. Brummelkamp heeft gezegd : Is er niet in de evolutie de openbaring van een goddelijke kracht? Ik geloof, dat het antwoord moet zijn : neen. Wij zouden dan den mensch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's

1933 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 174 Pagina's