1935 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 51
O v e r het Causaliteitsbeginsel. door Dr R B R U M M E L K A M P ( V e r k o i t e weergave)
O n t w a a k t de mensch tot het inzicht, dat hij m een werkelijkheid geplaatst is, waarbij hij onderscheiden is van ,het a n d e r e " zoo doet hij dit niet onvoorbereid Eerst na jaren kennisname van, en omgang met de werkelijkheid, v/eet hij zich deel te zijn van een totaliteit, waarin hi] zich van ,,het a n d e r e " onderscheidt en ,,dit a n d e r e " tegenover zich stelt om hierm zichzelve terug te v m d e n Bij voortduur komt de mensch ongeweten met ,,dit a n d e r e " m contact, dit modificeert hem boetseert hem om, bereidt hem toe tot den akker w a a r o p het zelf-bewust-zijn, opbloeien kan D e totale mensch, met zijn emoties, zijn strevingen zijn verstandelijke overleggingen, zijn geschiedenis, ziet zich tegenover , het a n d e r e " geplaatst niet hulpeloos, maar rijk aan overtuigingen, rijk a-prionsmen met de drift m zich, ,,dit a n d e r e " te beheerschen, voor zich te behouden, te onderwerpen, te bewonderen, hef te hebben ook H e t IS Kant geweest, die de groote verdienste heeft gehad dezen rijkdom aan overtuigingen a-prionsmen te inventariseeren en te klassificeeren Al moge de vraag n a a r het w a a r v a n d a a n dezer rijkdom of naar het zoo-zijn dezer rijkdom niet of slechts ten deele door hem zijn beantwoord, blijvend is zijn beteekenis, voor zoover hij de stelling verdedigd heeft, dat de bewuste mensch een geestelijk organisme is, met een eigen organisatie-schema, w a a r a a n het menschelijke denken gebonden is E e n dezer a-prionsmen is volgens Kant de overtuiging die m het causaliteitsbeginsel neergelegd w o r d t Reeds bij Cartesms neemt het causaliteitsbeginsel een fundamenteele centrale plaats m Deze radicale twijfelaar, die aan alles twijfelde heeft nooit getornd aan de w a a r h e i d zijner causale g r o n d b e grippen Z I J w o r d e n voor hem tot de grondpeilers van zijn philosophisch systeem, hij tracht er zelfs het bestaan der Godheid mee te bewijzen, ik heb, zegt hij, van d e Godheid een begrip, zoo klaar duidelijk en reëel, als van welk ander begrip ook, ,,Maintenant", zoo vervolgt hij, ,,c'est une chose manifeste par la lumiere naturelle, qu il doit y avoir pour Ie moms autant de realite dans la cause efficiënte et totale, que dans son effet, car d'ou est-ce que l effet peut tirer .>a realite sinon de sa cause'' et comment cette cause la lm pourratt-elle communiquer, si elle ne l'avait en elle-meme'^ Blijkbaar maakt hier Descartes zijn per=oonlijke overtuiging omtrent het bestaan der Godheid afhankelijk van de betrouwbaarheid zijner causahteitswet Deze causaliteitswet heeft voor hem een evi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1935
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 93 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1935
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 93 Pagina's