1935 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 82
lithium en beryllium doubletten en vooi de a n d e i e elementen octetten, te doen ontstaan De regel van Abegg is met deze hypothesen goed te veiklaren Koolstof heeft immers vier valentie-electronen, die m C H 4 worden gepaard met de vier valentie-electronen, die afkomstig zi]n van de vier waterstof-atomen E r ontstaat dus één octet en vier doubletten Zuurstof heeft zes electronen, is dus geneigd er twee op te nemen In C O o kunnen dus zeker twee octetten rond de zuurstof-atomen gevormd worden, wil men echter ook rond het koolstof-atoom een octet vormen dan dienen d a a r a a n mede te werken van elke C O b m d m g vier electronen Bi] gevolg een enkele b m d m g w o r d t bewerkt door ftvee gemeenschappelijke electronen, een dubbele binding door imr gemeenschappelijke electronen O p dezelfde wijze zijn ook te formuleeren N H > en N ) 0 - , , H ,S en S O ; , H C l en C L O - , OSO4, enz De waterstofwaardigheid is steeds = 8 mm het aantal valentieelectronen; de zuurstofwaardigheid = het aantal valentie-electronen T e n gunste van de Lewis-Langmuir-hvpothesen zijn verschillende argumenten aan te voeren a Bijna alle verbindingen hebben een even aantal electronen Uitgezonderd zi]n N O (7 + 8 ) , N O , (7 + 2 X 8 ) , C I O , (17 + 2 X 8) en InCl^ (49 + 2 X 17) b Verbindingen met hetzelfde electronenskelet hebben zeer groote overeenkomst m physische eigenschappen (z g isosteren), bijvoorbeeld N 2 en C O , C O j en N O , waarin alle atomen neonstructuur hebben (2 8 ) , zijn het vaste stoffen, dan kunnen zi] mengkristallen vormen N a F en M g O beide met neonstructuur, en C a C U en K2S, met argonstructuur (2 8 8) c In de electronenformules komt duidelijk n a a r voren, dat verschilende elementen in hun verbindingen paren ,,sluimerende electronen hebben, d w z valentie-electronen die niet deelnemen aan het vormen van bindingen O m H j O twee paar, N m N H > een paar, enz Z u l k e sluimerende electronenparen kunnen nu volgens de opstellers van deze hypothese dienen voor het vor men van additieverbindingen, bijvoorbeeld H 3 O , N H 4 ' , N R ^ O , enz D e additiebinding is dan alleen m oorsprong van de andere verschillend, m wezen is zij volkomen aan de andere gelijk d Als niet-chemisch argument zij vermeld dat volgens de theorie van London en Heitler, b m d m g van twee atomen door bemiddeling van twee electronen theoretisch mogelijk is E e n van de ernstigste bezwaren tegen deze hypothesen is het feit, dat het opstellen van electronen-formules op deze wijze voor verschillende verbindingen moeilijkheden oplevert In SF(, bijvoorbeeld, een uiterst stabiel gas, zou S mplaats van met acht, met twaalf electronen omgeven zim, m PCl^ het phosphor-atoom met 10 electronen, enz V o o r elke afwijking moet een hulp-hypothese w o r d e n ingevoerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1935
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 93 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1935
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 93 Pagina's