1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
98 bonden met het soortbegrip krachtens den zin van dit begrip. V o l g e n s onderzoekingen der laatste jaren schijnen experimenteel nieuwe genotypen te kunnen worden geïnduceerd (mutatieproev e n ) . M a a r een wijziging van het principieel constante genotype heeft in zulke gevallen toch nimmer plaats. W a t er dan gebeurt is een groepsgewijs actueel w o r d e n van individueele vormen met een nieuw genotype, die potentieel reeds in de vroegere besloten lagen, In hoeverre selectie, mutatie, bastaardeering, adaptatie en orthogenese bij deze levensontwikkeling een rol hebben gespeeld en nog spelen, kan slechts door het vakwetenschappelijk onderzoek worden uitgemaakt. H e t holisme heeft inderdaad met zijn totaliteitsbeschouwing van het levensgebeuren en met zijn biologisch causaliteitsbegrip een zeer belangrijken greep gedaan. H e t heeft definitief afgerekend èn met de verouderde mechanistische èn met de onvruchtbare vitalistische levenstheorie. H e t is door en door actueel en geen bioloog, die zich bezint op de theoretische grondslagen van zijn wetenschap, kan er aan voorbijgaan. Mijn groote bezwaar tegen het holisme ligt dan ook niet in deze totaliteitsbeschouwing; integendeel. M e t zijn critiek op het mechanicisme en op het vitalisme kan ik mij geheel vereenigen, In de philosophische fundeering dezer totaliteitsbeschouwing, m,a,w, in zijn individualiteitsbeschouwing kan ik echter het holisme onmogelijk volgen. H e t gaat weliswaar uit van de individueele totaliteit van een levend wezen, van zijn éénheid, doch het vat deze eenheid irrationeel als een in oorsprong en wezen psychisch gedachte /ecens-totaliteit. D e individualiteit van het organisme is hier een functioneele: zijn biotische en physische functies worden als minder reëele zijnswijzen van de subjectief-psychische functies beschouwd. D e eenheid van een plant of dier w o r d t hier dus geconstrueerd vanuit een bepaalde functie en dit gaat ten koste van de principieele grenzen, die in zijn volle totaliteit tusschen de drie genoemde functies bestaan. D e meer gecompliceerde biotische wetten onderstellen zeer zeker de physisch-chemische, doch de laatstgenoemde kunnen nooit uit de eerstgenoemde worden afgeleid; hoogstens naderen de biotische de physisch-chemische bij afneming van haar complicatie. W a n t levensontwikkeling en materiebeweging zijn principieel discontinu. O p de fundamenteele vraag n a a r de éénheid van een bepaald organisme, hetzij een plant of een dier, geeft het holisme principieel een ander antwoord dan de wijsbegeerte der wetsidee. H e t holisme zoekt deze eenheid in de psychisch gedachte totaliteit, die alle subjectief gebeuren bepaalt. H e t ziet deze totaliteit als een ,,vera c a u s a " ( S m u t s ) , als een vrij scheppende werkelijkheid ' " ) . D a a r v o o r het holisme de werkelijkheid een functioneele werkelijkheid is, kan deze philosophie ook slechts functiebegrippen erkennen als van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's