1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 115
105 intelligenties toegeschreven: de planectgeesten houden de planeten in hun baan. Vooral in de Renaissance vierde het hylozoïsme hoogtij; men denke aan Agrippa van Nettesheim (1486—1535) en Paracelsus (1493—1540). D e heele wereld is voor hen één groot organisme; de mensch een mikrokosmos. Een sympathisch verband maakt, dat geen ding onafhankelijk van het a n d e r e geschiedt en verklaart de astrologische invloeden op het menschenlot. De teleologische beschouwingen van Aristoteles h a d d e n reeds eenigszins den weg gebaand voor deze opvattingen. W a n t de substantieele vorm is de entelechie, het doel, dat verwezenlijkt moet w o r d e n in d e materie. D e biologische vergelijking, die hij steeds weer maakt met de ontwikkeling van het organisme uit de kiem, vindt haar consequentie in de leer van Averroës, dat de vorm uit de materie geëduceerd wordt. D a a r d o o r vervalt het dualisme der zuivere peripatetici; de substantieele vormen komen niet van buiten af in de materie, maar de materie d r a a g t h a a r ontwikkelingsmogelijkheden zelf reeds geheel als kiem in zich, zooals in het ei de vogel reeds aanwezig is. N o g een stap verder en we zijn weer bij de logoi spermatikoi, de zaadkiemen, der Stoa. V o o r de scholastiek kon tusschen anorganische stoffen, die in genetisch verband stonden, eigenlijk geen wezenlijk verband zijn; achtereenvolgens maken verschillende substantieele vormen zich meester van d e materie. Bij Paracelsus is de continuïteit van den beginne af gewaarborgd door een spiritus of Archeus, die de p a s sende materie voor zichzelf uitzoekt, er in werkt en n a a r h a a r veredeling streeft; de metaalgeest neemt eerst het lichaam van het erts aan en komt met behulp der alchemie tenslotte tot het edelste lichaam, het goud. H e t dualisme vorm.—stof is nu stoïsch. S u b s t a n tieele vorm—^materie is geworden: zaadkiem^—stoffelijke elementen. Later zal ook het pneumatische principe nog sterker in de sfeer van het stoffelijke getrokken worden. M e n streefde dus er n a a r de materie zelfstandigheid te verleenen door het vormende principe er in te leggen. D e analogie met het leven ontslaat echter van de verplichting een quantitatief m a t h e matisch-causaal verband te vinden. Juist van het leven, dit gecompliceerde verschijnsel, moet men afzien; de vage analogieën moeten wijken voor het streng verband tusschen eenvoudiger verschijnselen gelegd door de mechanica.
De opkomende mathematische n a t u u r w e t e n s c h a p verhief zich tegen deze organische natuurbeschouwing. Niet dat de wiskunde op zichzelf in staat zou zijn het hylozoïsme te overwinnen. Zelfs in de wetenschap w a a r zij voor het eerst met groot succes toegepast werd, de astronomie, diende zij slechts tot beschrijving, niet tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's