1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 112
102 den w a r e n toestand over aan de physica die allerminst een exact karakter droeg maar n a a r ons begrip metaphysica w a s N e e n natuurwetenschap naar onze opvatting treffen we m de O u d h e i d ]uist aan bi) de opstelling van de natuurlijke systematiek van het dierenrijk Anstoteles (384 — 322) de groote wijsgeer w a s tevens een groot zooloog die over scherp waarnemingsvermogen beschikte w a a r het gmg om een logische mdeelmg van het dierenrijk op empirischen grondslag D e ideeën die hem hierbij leidden w e i d e n op andere gebieden overgedragen en voerden zoo tot een voor dien tijd bevredigend geheel van de natuurbeschouwing W i ] doelen hier op de logische tegenstelling vorm—^materie het 2 g hylemorphisme die bij hem sterke steun vindt m de biologische van ziel en lichaam D e ziel IS het wezen van het dier hetgeen dat het dier-zijn verleent de eigenlijke substantie H e t lichaam is de materie die zonder de ziel dus geen dier is Dezelfde tegenstelling w o r d t overgedragen m de anorganische natuur Elke mateneele substantie bestaat uit de algemeene materie (hyle) en vorm (morphe) D e vorm is datgene w a t wij misschien nog het beste met den mhoud van het begrip kunnen vergelijken dus al die kenmerken samen die het d m g maken tot w a t het is Deze vorm is tot verwerkelijking gekomen door zich meester te maken van de materie als h a a i substraat D e algemeene materie van het substantieele w o r d e n is zelf geen substantie, nooit bestaat zij zonder vorm", de o n d e r g a n g van een substantie w o r d t oogenblikkelijk gevolgd door het ontstaan van een andere Alle verandering is een wisseling van vormen m de eene materie Nooit IS deze materie dus zelfstandig aanwezig ze heeft geen eigenschappen ze is onlichamelijk ze is niet als zuivere potentie d a n k t ze alle werkelijkheid aan den vorm W e kunnen haar dus nooit vergelijken met een algemeene oerstof die zelf reeds een lichamelijk bestaan zou hebben Hoewel Anstoteles zegt dat de materie nooit zonder vorm is (dus een door abstractie gewonnen begrip is') drijft toch zijn realisme hem ertoe aan het begnpsondeischeid ook een onderscheid m de werkelijkheid te verbinden, dus de materie als iets objectief verschillends van den vorm op te vatten Zooals het brons zich verhoudt tot het standbeeld zoo verhoudt zich volgens hem de materie tot den wezensvorm M a a r deze analogie gaat niet op het b i o n s is n 1 reeds een w e r kelijk lichaam met eigenschappen en een vorm E n eenzelfde materie kan volgens hem niet twee vormen hebben een standbeeld heeft niet als standbeeld een vorm en dan nog als brons, maar als , bronzen standbeeld ' D a a i Anstoteles het brons de materie van het standbeeld noemt moet hier de materie als een Zijnde opgevat worden Hij stelt dus de materie van het substantieele worden (de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's