1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 129
119 stemt met 9 billioen kilometers Immers een lichtjaar is 365 X 24 X 60 X 60 X 300 000 km V a n de meeste heldere sterren heeft men de vorige eeuw reeds den afstand bepaald In het algemeen mag men aannemen dat heldere sterren mmder ver van de aarde veiwijderd zijn dan zwakke De afstand van Sinus b e d r a a g t 8 8 lichtjaar die van W e g a 36 en die van Capella 46 lichtjaren H e t licht van de Poolster heeft 54 jaren noodig om de aarde te bereiken en Regulus de helderste ster uit het beeld D e Leeuw is niet minder dan 108 lichtjaren van de aarde verwijdeid W a n n e e r wij in 1936 naar de ster Regulus kijken vangt ons oog lichtstralen op die in het jaar 1828 door deze ster werden uitgezonden V o o r den afstand van de zon tot de dichtstbijzijnde ster Alpha Centauri werd dus 41/3 lichtjaar gevonden Deze afstand is niet bijzonder groot D e gemiddelde afstand tusschen de sterren bedraagt althans in de omgeving der zon 5 a 6 lichtjaren M e n heeft wel eens gezegd dat het resultaat van de afstandsmetmgen der sterrenkunde IS dat de ruimte ledig is Slechts hier en d a a r vindt men een ster Deze sterren bevinden zich op groote afstanden van elkaar en h u n middellijnen zijn heel klein m verhouding tot de onderlinge afstanden M e n kan zich in een ruimte zoo groot als onze aarde 40 tennisballen denken W a n n e e r wij de sterren vergelijken met deze ballen hebben wij een goed beeld van de verhoudingen m de sterrenwereld W a n n e e r wij met een kijker m alle richtingen den sterrenhemel doorzoeken zien we overal sterren en nog eens sterren H o e grooter de opening van den telescoop is des te verder kunnen wij m de wereldruimte doordringen en des te meer hemellichten nemen wij w a a r De gedachte rijst gaat dit steeds zoo door houdt deze sterlenverzameling nooit op is het aantal sterren wellicht oneindig groot^ William Herschel heeft op het einde der achttiende eeuw dit probleem reeds ter hand genomen Hij kwam tot de conclusie dat het aantal sterren niet oneindig groot is D e sterren vormen een begrensd systeem Herschel heeft ook reeds gesproken over den vorm w a a r o n d e r wij de verzameling van alle sterren zouden zien wanneer wij deze van buiten a[ konden w a a r n e m e n Herschel heeft gezegd D e vorm van het sterrenstelsel is die van een wagenwiel E e n ander onderzoeker heeft gesproken van een slijpsteen of molensteen N o g a n d e r e beelden zijn er voor gebruikt Alle sterrenkundigen zijn het er over eens dat we te doen hebben met een systeem van sterk afgeplatten vorm in de eene richting strekt het zich veel verder uit d a n m de andere die loodrecht op de eerste staat In het vlak van den Melkweg strekt het sterrenstelsel zich het verst uit D a a r w o r d t de grens gevormd door den Melkv. eg Herschel heeft reeds m 1785 een schatting gemaakt van de afmetingen van het sterrensysteem D a t was in een tijd toen nog geen enkele sterre-afstand gemeten was Hij schatte den grootsten dia-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's