Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125

Bekijk het origineel

1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125

2 minuten leestijd

DE AFMETINGEN EN DE OUDERDOM V A N HET HEELAL '> door D r W , J. A. S C H O U T E N .

W a n n e e r wij het wereldbeeld van de twintigste eeuw vergelijken met dat van de Oudheid, is het verschil heel groot. E r is een voortdurende groei en ontwikkeling geweest. D e menschelijke kennis is steeds meer toegenomen. M a a r toch ook weer niet zoo, dat er een geleidelijke verandering w a s van jaar tot jaar, van eeuw tot eeuw. Een langzame groei, dien men zelfs niet eens bemerkt. N e e n , de kennis, die de mensch heeft van de wereld, waarin hij geplaatst is, maakt soms plotseling een sprong en blijft dan weer vaak geruimen tijd ongeveer op hetzelfde peil. W i j leven thans in een tijd van zeer snelle ontwikkeling. H e t zal niet mogelijk zijn in d e geschiedenis een periode aan te wijzen, waarin met zoo groote snelheid de eene ontdekking volgde op de andere. O n z e kennis van de wereld, waarin wij leven, vordert thans in luttele jaren meer dan vroeger in een paar eeuwen. De vooruitgang overtreft zoozeer onze verwachtingen, dat hij ons soms doet huiveren. D a a r komt bij, dat het een kenmerk van onzen tijd is, dat men de grondproblemen der natuurfilosofie, het wezen van tijd en ruimte en ook dat van materie en kracht, heeft onderzocht en dat men bij de oplossing van deze vraagstukken groote vorderingen heeft gemaakt. Problemen, die vroeger onaangeroerd bleven, worden thans ter hand genomen. V a n grooten durf getuigt ook het onderzoek n a a r den ouderdom van het heelal. W a n n e e r dit vraagstuk vanmiddag onze aandacht vraagt, zij het mij vergund U eerst te schetsen, welke visie wij thans hebben op het heelal en hoe dit astronomisch wereldbeeld tot stand kwam. Bij den natuurmensch berustte het wereldbeeld uitsluitend op directe aanschouwing, op primitieve en intuïtieve waarneming, er 1) Voordracht op het eerste congres der Chr. Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland, te Amsterdam op 18 April 1936.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's

1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's