1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 89
79 nog al eens te hulp riep, w a a r de causale analyse h a a r toenmalige grenzen had bereikt Positieve bijdragen tot de verdieping onzer kennis van functioneele relaties der door de levensfunctie geleide bewegingsverschijnselen heeft het vitalisme nooit gegeven Zijn verdienste heeft steeds bestaan m het handhaven van de idee der levensautonomie tegenover het mechanicisme Ook het neo-vitahsme van Driesch wil geen werkhypothesen verschaffen aan de physiologie, het wil uitsluitend inzicht verschaffen, inzicht n 1 in de causaliteit der organische totahteits-iuncti^, die de materiebewegingen doelmatig leidt Driesch noemt de ,,entelechie" dan ook totaliteits~zausa\\t\t en hij stelt haar als de ,ganzmachende" causaliteit van het organische gebeuren tegenover de mechanische causaliteit van alle zuiver materieele gebeuren Deze twee zijn volgens hem principieel verschillend, ze zijn onherleidbaar tot elkander De mechanische causaliteit voert tot [unctioneele begripsvorming, terwijl de totahteitscausahteit substantieele begrippen zou eischen H e t neo-vitalisme is door de physiologic op dezelfde wijze ontvangen als het vitalisme vanouds men voelde en voelt er nog een gevaar m voor de vakwetenschappelijke analyse Dit vermoeden w o r d t vooral gevestigd door Driesch stelling, dat de ,,entelechie" van tijd tot tijd in de materiebewegingen regelend ingrijpt Veel ernstiger is echter het verwijt van de vakwetenschappelijke biologie dat de ,,entelechie" niet analytisch toegankelijk is, d a a r ze boven de materiefuncties troont Driesch heeft de groote verdienste de autonomie der levensverschijnselen hoog te hebben gehouden, doch door zijn metaphysische speculaties over het ,,wezen" van het levensprincipe heeft hij het vitalisme m een k w a d e n reuk gebracht D e causaal denkende biologen gaan dus heden ten d a g e m twee groepen uiteen de mechanistisch en de vitalistisch ingestelden De eerstgenoemden zijn voor de overgroote meerderheid physiologen van den ouden stempel, biophysici en biochemici, geschoold m het klassieke functioneele d e n k e n van physica en chemie D e levensprocessen beschouwen zij als gecompliceerde bewegingsprocessen aan statische structuren v a n materieelen aard, uitsluitend en alleen te verklaren uit causale physisch-chemische functies Methodisch staat deze groep sterk, zij heeft echter geen oog voor het biologische structuurprobleem, waarvoor de levensverschijnselen ons plaatsen Deze verschijnselen toch zijn specifieke totaliteitsverschijnselen, de physisch-chemische functies staan hier onder de leiding eener aan een eigen wet gebonden organische leuens[unctie, een boven-materieele totaliteitsfunctie, die bij planten en dieren de energieprocessen m h a a r dienst neemt en overeenkomstig haar behoeften gebruikt D e vitalisten nu, meerendeels ontwikkelmgsphysiologen erkennen dit totaliteitskarakter der levensverschijnselen en zij verklaren het door de hypothese van een instaphysisch totaliteitsprincipe H e t
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's