1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 130
120
I
meter van het systeem op 850 X den gemiddelden afstand van een ster van de eerste grootte en den kleinsten diameter op 150 X dezen afstand, omgerekend zijn dit afmetingen van 6000 en 1100 lichtjaren E e n 120 jaren later, m 1905, publiceerde Seehger de uitkomsten van zijn onderzoek Hij vond voor de grootste middelhjn van het sterrenstelsel 23 000 lichtjaren en voor de kleinste 6000 In het begin van deze eeuw is het vooral Prof Kapteyn te G r o ningen geweest die zich heeft bezig gehouden met het vraagstuk van den voim en de afmetingen van het sterrenstelsel Ook Kapteyn heeft gewezen op den steik afgeplatten vorm van de sterrenverzamelmg, waartoe onze zon behoort Omstieeks 1908 vond hij voor de grootste middellijn van het systeem 80 000 lichtjaren en voor de kleinste middellijn 12 000 lichtjaren Een lichtsignaal zou dus, met een snelheid van 300 OOG km per seconde, tachtig duizend jaren noodig hebben om de grootste middellijn van het sterrenstelsel te doorloopen In 1918 publiceerde de Amerikaansche astronoom Shapley zijn resultaten Hij kwam tot veel grootere afmetingen voor het sterrenstelsel grootste middellijn 260 000 lichtjaren kleinste middelhjn 20 000 lichtjaren M a a r eigenlijk had Shapley niet de afstanden der veist verwijderde sterren bepaald, maar die van de uiterste bolvormige sterrenhoopen Hij meende, dat de grenzen van het systeem van bolvormige sterrenhoopen zouden samenvallen met die van het systeem der vaste sterren E e n hypothese die met zonder bewijs kan w o r d e n a a n v a a r d In al deze onderzoekingen is een element van onzekerheid, n 1 de Vlaag of er in de interstellaire ruimte ook absorptie van het licht plaats heeft Is de ruimte volkomen doorschijnend of houdt zij een deel van het licht tegen"? Z o n d e r m te gaan op de methoden die gebruikt w o i d e n om de afmetingen van ons sterrensysteem te bepalen, willen wij er op wijzen, dat de absorptie als regel te groote afstanden zal opleveren Sterren op gioote afstanden zullen mdien een deel van het licht dat ZIJ uitzenden, wordt geabsorbeerd zwakker schijnen dan zij zijn, wij zullen hun dan grooteie afstanden toekennen dan hun toekomt Bij de zooeven genoemde onderzoekingen is niet gerekend met absorptie van het licht De vraag, of er absorptie in de ruimte is, heeft den astronomen heel veel hoofdbrekens gekost Tientallen jaren hebben de meest begaafde sterrenkundigen er mede geworsteld Lang w a s dit tevergeefs, maar eindelijk heeft men dit probleem toch onder de knie gekregen In 1930 IS het bestaan dei lichtabsorptie onomstootelijk a a n g e toond Door den arbeid van Trumpler, maar ook door de onderzoekingen van de Nederlanders V a n de Kamp en Bok kon het bedrag der absorptie berekend worden en ook de invloed, dien deze heeft op afstandsbepalmgen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's