1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 176
166 pas duidelijk, als we denken niet aan afzonderlijke jonge planten, maar aan de wortelscheuten, die m een kring rondom den ouden, knoestigen stam opschieten en uit den wortel hun groeikracht en frischheid ontvangen Dit beeld krijgt nog diepere beteekenis, w a n neer w e weten, dat het m vele streken van Palestina de gewoonte 13, zoodra de oude boom niet veel vruchten meer draagt, éen dei wortelloten door te laten groeien tot deze een kroon gevormd heeft D a n houwt men den ouden stam om, de jonge boom ontvangt nu alle voedsel uit den oorspronkelijken wortel en gaat spoedig viucht dragen ^^). Reeds van oude tijden af is het kweeken van Olijfboomen bekend Als stamvorm, zoowel op botanische als geographische gronden, moet aangenomen worden de O l e a s t e r (Olea europaea a oleaster) D e oleaster heeft g e d o o m d e , mm of meer vierkante takken die tamelijk regelmatig ingeplant zijn, een gladde, grauwe schors, langwerpige of eivormige bladeren en kleine, wemig vleezige vruchten Hl] komt meestal voor in het kreupelhout en w o r d t ook zelden meer dan 3 a 4 m hoog D e olijfboom heeft d a a r e n t e g e n geen doornen ronde takken en lancetvormige bladeren W e l kan door zorgvuldige behandeling bereikt worden, dat de vruchten van d e r oleaster w a t meer olie gaan bevatten, maar het is, zooals T h e o p h r a s tus reeds zeide- een oleaster kan geen olijfboom worden O m g e k e e r d kan een olijfboom, die met verzorgd wordt, verkommeren en mind e r w a a r d i g e vruchten gaan d r a g e n , maar het blijft een olijfboom i'''). Alleen door enting kan de oleaster tot olijfboom worden T e g e n woordig w o r d t m Palestina algemeen de oculatie toegepast i ' ' ) , maar welke methode men m oude tijden volgde, is uit het O u d e Testameni met op te maken, d a a r er nergens van enting sprake is en ook de wilde olijfboom nergens van den tammen w o r d t onderscheiden W e l staat vast, dat de oudste berichten omtrent het kweeken van olijfboomen uit S y n e komen en het zijn waarschijnlijk de Femciers geweest, die van den vrijwel nutteloozen wildling een der gewichtigste vruchtboomen hebben gemaakt In Palestina w a r e n reeds olijventuinen voordat Israel dit land m bezit nam Mozes belooft het volk, dat God hun d a a r zal geven ,,olijfgaarden, die zij met geplant hebben" (Deut 6 11) D e oude olijf plantingen aan de W e s telijke helling van den Libanon, in het latere stamgebied van Aser, en m het land der Filistijnen zullen hun oorsprong wel te danken hebben gehad aan de Femciers, die hier geschikte terreinen voor hun arbeid vonden Dit vooral m verband met de mogelijkheid van uitvoer naar E g y p t e Blijkens vondsten van takken en bladeren van den olijfboom m de Egyptische graven en nauwkeurige afbeeldingen op gedenkteekens is ook d a a r de olijvencultuur reeds vroeg vanuit S y n e ingevoerd Slechts een enkele plaats was echter geschikt voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's