1936 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 95
85 M e y e r heeft een specifiek organisch relativiteitspnncipe opgesteld en meent daarvan het physisch relativiteitsprmcipe te k u n n e n afleiden. E m s t e m ' s relativiteitstheorie heeft aan het licht gebracht, dat ruimte en tijd met o n a a n g e d a a n blijven door het reeele gebeuren, doch integendeel mnig met alle gebeuren zijn verweven Ruimte en tijd hangen af van den bewegmgstoestand van een physisch waarnemingssysteem en zijn daarmee voor de physica volkomen relatief geworden M e y e r gaat nu na w a t de ,,biologische zin" is van de bewegingstoestand van een physisch systeem en redeneert daarbij als volgt V a n ,,de bewegingstoestand van een systeem" kan men slechts spreken, w a n n e e r er een tweede systeem bestaat, relatief waartoe de beweging plaats heeft Iets dat zich tusschen twee systemen kan voltrekken, noemen we, w a n n e e r we het van elk systeem uit beschouwen, de ,,Umwelt" van dit systeem, vatten we beide systemen echter op als een geheel, dan noemen we de relaties, die er tusschen de innerlijke deelen van dat systeem bestaan, de ,,Innenwelt" van dat systeem In biologische taal beweert het physicale relativiteitsprmcipe dus volgens Meyer, dat de ruimte- en tijdsbeleving van een physisch systeem afhangt van zijn ,,Umwelt". dat IS, physicaal gesproken van zijn bewegingstoestand A a n een voorbeeld veraanschouwelijkt M e y e r zijn opvatting en hij sluit zich daarin nauw aan bij de ,,LImwelt-theorie" van von Uexkull, ook genoemd de planmatigheidsleer van het leven 5) Deze omstreeks 1920 opgestelde theorie heeft weliswaar een vitalistischen giondslag doch volgens M e y e r bezit zij niettemin groote w a a r d e voor een causale biologie W i j kunnen niet aan haar voorbijgaan, omdat M e y e r heel zijn betoog op deze ,,lJ[mwelt-theorie" fundeert V o n Uexkull en zijn school (o a Brock) hebben de veelsoortige relaties, die er tusschen de organismen onderling en tusschen hen en de an organismen kunnen bestaan aan een uitvoerig onderzoek onderworpen Deze relaties kunnen voor dieren, die van menschelijk s t a n d p u n t gezien m eenzelfde milieu leven, geheel verschillend zijn; ZIJ h a n g e n uitsluitend af van het bouwplan der betreffende w e z e n s H e t bouwplan van een diei is volgens deze theorie zijn subject, het schept uit structuurloos materiaal door een spontaan afloopende reeks van impulsen niet alleen zijn lichaamsorganisatie, doch ook de relaties tusschen het dier en diens , U m w e l t " Het is zijn levenseenheid, die zich m tijd en ruimte continu uitbreidt niet alleen over de ,,Innenwelt" van dat dier (d i het geheel der functioneele relaties waarin zijn partieele systemen tot elkaai s t a a n ) , doch ook over zijn ,,Umwelt" ( d i het geheel der relaties waarin zijn organisch systeem staat tot één of meerdere andere organische of an-organische) H e t bouwplan van een dier omvat derhalve „ I n n e n w e l t " en ,,Umwelt" beide H e t is volgens von Uexkull de taak der echte biologie deze functioneele relaties op te sporen en zoo de U m w e l t e n der ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 192 Pagina's