1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 115
107 E r IS dan wel een samenhang van , bloed en b o d e m " V a n centraal belang acht von Eickstedt daarbi] de hormonen van de hypophyse, een teveel bewerkt reuzengroei een tekort d w e r g groei N u zijn gigantisme en dwerggroei beiden typisch voor bepaalde landstreken, men zou van geografische verspreiding kunnen spreken W a n n e e r men daarbij met alleen denkt aan den bodem maar ook aan planten water, klimaat, milieu, d a n zou men zich kunnen voorstellen, dat m den loop van vele eeuwen veranderingen ontstonden, die m lange tijdruimten w e r d e n gefixeerd en tot blijvende raskenmerken werden H o n d e r d e n , ja duizenden eeuwen zijn hiervoor nodig geweest In den korten tijd, dat w e den mensch op de aarde zien, zijn geen blijvende veranderingen geconstateerd, historisch beschouwd zijn de rassen feitelijk stabiel; de veranderingen m lichaamslengte en schedel-mdex zijn slechts op zich zelf staande, zeldzame uitzonderingen E e n bezwaar bij deze theorie is inderdaad, dat we geen aanwijzingen hebben voor zulke veranderingen in den loop der eeuwen van den histonschen tijd N e g e r s en Semieten vertoonen op Egyptische afbeeldingen dezelfde habitus als thans, ook de nog oudere plastiek van Mohenjodaro vertoont Mongoolsche en W e d d o i d e typen die van de tegenwoordige met verschillen D a a r o m moet men zijn toevlucht nemen m lange tijdruimten en M a r e t t v m d t den mensch die hij doet verschijnen m het midden-tertiair, te jorig, d a n d a t de eigenschappen der tegenwoordige rassen sinds dien tijd ontstaan kunnen zijn, maar bij de voorouders van ons geslacht zouden reeds enkele van die kenmerken, bijv de differente haarvorm ontstaan zijn' W e zien dus, dat de nieuwere rassentheorieen toch met geheel en al bevredigende antwoorden geven In de erfelijkheidsleer heeft men ook gemeend het middel voor het ontstaan van rassen te vinden m de mutatie ''') E e n mutatie is een onverwacht opgetreden wijzigmg die de nakomeling van plant, dier of mensch vertoont ten opzichte van zijn ouders; een wijziging die erfelijk blijkt en een blijvende a a n winst of een blijvend verlies voor de soort is Meestal is de wijziging een verslechtering en dan is de gemuteerde variant, de mutant dus, over het algemeen tot o n d e r g a n g gedoemd M a a r als de wijziging een verbetering is, kan zij de mutanten ten opzichte van het oorspronkelijke ras zoo bevoordeelen, d a t ze dit gaat verdringen D e natuurhike teeltkeus, w a a r o p D a r w m in zijn beroemd werk „ T h e origin of species" als voornaamste evolutiekracht den nadruk legt, ontvouwt daarbij haar weiking M e n zou zich kunnen voorstellen, dat een door een dergelijke mutatie plotseling opgetreden donkere huidskleur een zoodanig voordeel m de tropen beteekent, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's