1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38
30 toogt Soergel dat de N e a n d e r d a l e r geleefd heeft van 429 000 tot 110 000 jaren vóór onze jaartelling en de C r o - M a g n o n m e n s c h van 110 000 tot 21 000 jaar v C h r ' ) N u rekenen de beoefenaars der geologie m het algemeen met perioden van zeer langen duur E e n absolute tijdsschaal is voor de geologie moeilijk te verkrijgen V r o e ger heb ik er o a m een referaat over D e tegenwoordige stand van het evolutievraagstuk" ^) wel eens op gewezen, dat de geologische tijdsopgaven zeer onzeker zijn en dat wi) ze niet kunnen a a n v a a r den, w a n n e e r zij gebaseerd zijn op de evolutiehypothese D a t w a s m 1925 M a a r sindsdien heeft de w e t e n s c h a p de beschikking gekregen over meer exacte methoden ter bepaling van den ouderdom der aardlagen H e t merkwaardige is nu dat de helium- en radiummethode voor de geologische aardlagen leeftijden opleveren, die heel hoog zijn en vrij goed overeenstemmen met w a t evolutionisten vroeger volgens aanvechtbare methoden hebben afgeleid Volgens deze berekening zou b v het phoceen de bovenste laag van het tertiaire tijdvak, 1 milhoen jaren oud zijn ') M e n kan echter deze helmmmethode moeilijk toepassen op de o n d e r d e d e n van het diluvium en zeker niet op speciale vondsten van skeletten H e t eenige houvast dat wij hebben, is dat de mensch m E u r o p a zeker voorkwam ten tijde van den laatsten ijstijd W a n n e e r wij nu k u n n e n vaststellen, hoe lang deze gletscherperiode achter ons ligt, dan komen wij op deze manier tot een minimumleeftijd voor het menschehjk geslacht E r zijn verschillende methoden om dezen Ijstijd m de geschiedenis te dateeren maar zij verdienen tot dusver wemig vertrouwen H e t beste resultaat zou men eigenlijk moeten verwachten van een mathematische behandeling m de astronomie De klimaatveranderingen die een ijstijd veroorzaken, zouden ontstaan door v e r a n d e ringen m de excentriciteit der a a r d b a a n , verplaatsingen van het periheel en veranderingen m de helling der ecliptica O n d e r bepaalde omstandigheden kan het zoo w o r d e n dat op een halfrond de winter 199 dagen telt en de zomer slechts 166. M e n heeft moeizame berekeningen uitgevoerd om te vinden, w a n n e e r m het verleden de zonnestraling in het zomerhalfjaar op het Noordelijk halfrond een minimum heeft bereikt H e t komt mij voor dat men aan deze berekeningen niet veel w a a r d e kan hechten De planeten-astronomie is zonder twijfel m staat om aan te geven, hoe voor duizend jaren of voor tweedjizend jaren de verhoudingen waren m het zonnestelsel D e elementen, die men bij de berekening gebruikt zijn echter slechts met een bepaalde benadering bekend W a n n e e r men ze toepast voor de lange perioden, die hier ter sprake komen, dan kunnen de ^) W Soergel Die Gliederung und absolute Zeitrechnung des Eiszeitalters Fortschritte der Geologie und Palaeontologie Heft 13 Berlin 1925 Seite 248 ^) Orgaan Chr Vereen van Nat en Geneesk in Nederland, 1926 '*) Zie mijn boek Evolutie, Kampen 1935, bladz 152
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's