1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 130
122 Treffende gedachten over het leahteitsbegiip kan men vmden m de op den zestienden verjaardag dezer Universiteit door wijlen / Woltjer uitgesproken rectorale oratie ,,Ideëel en Reëel" - ) Woltjer betoogt breedvoeiig, dat realiteit bezitten, niet alleen, wat wi] stoffelijke dingen noemen, maar ook de onstoffelijke; dat realiteit bezitten ook de eigenschappen der dingen 3) en wel, omdat ze met dezelfde noodzakelijkheid bestaan, m dat opzicht evenzeer als die dingen zelf •*), dat realiteit bezit, niet alleen de geest, maar ook de gedachte, hij stelt in het licht, dat er velerlei realiteit, velerlei zijn, een maat van realiteit, een maat van zijn is; laat zien, dat een dmg tegelijk iets en niets kan zijn, naar de relatie waarin het woidl opgevat ^) en concludeert, dat alles neerkomt op de vraag ,,in welke verhouding staan de verschillende realiteiten tot elkaar"?" ^) Het is duidelijk, dat men m geen tak van wetenschap aan deze vraag ontkomt En wanneer iemand van de objecten zijner wetenschappelijke onderzoekingen zegt, dat deze bestaan, zal hij zich rekenschap moeten geven van den zm zijner woorden Bij beperking tot eigen speciaal terrein, kan hij volstaan met daar geldende imma nente realiteitskriteria, maar zoodra hij zijne resultaten wil zien m breeder verband, of wil toepassen op andere terreinen, kan hij ook de vraag naar de transiente realiteit, die aan zijn objecten toekomt, niet ontwijken ''•). Dit alles geldt ook m de wiskunde Geroepen om hedenmiddag tot U te spreken over een onderwerp, dit studievak betreffend, vraag ik korten tijd Uw aandacht vooi eenige beschouwingen, die met de aangeroerde vragen in het nauw ste verband staan, en die ik wil samenvatten onder den titel ,,Existentiebewijzen in de Wiskunde" Het zal U niet zijn ontgaan, dat buiten de wiskunde, ook daar waar de strengheid harer methoden bewondering afdwingt, de realiteit harer objecten een, naar veihoudmg minder gevestigde reputatie geniet, waartoe overigens een ietwat misleidende terminologie aanleiding kan geven mocht aan een beoefenaar der wiskunde nog niet zijn voorgeworpen, dat hij werkt met onbestaanbare getallen, doende alsof ze bestonden, dan heeft hem toch wel eens het verwijt getroffen dat hij spreekt van imaginaire getallen doende alsof zijn gewone getallen niet denkbeeldig waren Nu moet onmiddellijk worden toegegeven, dat de objecten, waarmede de wiskundige werkt in de natuur, althans m onze zinnelijke wereld niet voorkomen een punt of een lijn heeft niemand ooit waargenomen, misschien wel een kleine stip of een dunne streep, die echter onder het vergrootglas onmiddellijk hun waren aard van vlek of strook zullen verraden De meetkundige figuren, al kunnen ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's