1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56
48 voorwerp van onderzoek van de algemeene n a t u u i w e t e n s c h a p H e t gaat m de natuuiphilosophie om de abstracte zelfstandigheid het lichaam de diepste innerlijke grond en d i a g e i der verschijnselen maar dan beschouwd m zich en afgezien van de verschijnselen waarin het zich aan onze zinnen vertoont '') Deze w e t e n s c h a p omtrent het zijn-op-zichzelf de ontologie is logisch anterieur aan de kennisleer Ontologisch is het probleem van de zelfstandigheids-beginselen van een lichaam logisch-systematisch daarentegen de vraag naar de begripsbeginselen van dat lichaam De zelfstandigheids-begmselen geven aan een lichaam een kwalitatieve wezensbepaling w a a r d o o r dit lichaam m bepaalde klassen en soorten van dingen kan worden ingedeeld J") D e thomistische ontologie is m een woord v/eei te geven hylemocphisme Beysens ' ' ) typeert het hylemoiphisme m de volgende d u e hoofdstellingen 1 Alle lichamen zijn als zoodanig samengesteld uit materie (hule) en vorm (morphe) 2 Beide hebben het karakter van onvolledige zelfstandigheden' of zelfstandigheids6e^r«se/en, meer niet zij behooren dus tot het zelfstandigzijn der lichamen maar ieder op zich is geen lichaam de realiteit der lichamelijke zelfstandigheid ontstaat eerst uit beider onverdeelde vereenigmg 3 D e vereeniging van materie en vorm heeft niet het karakter van een samenstelling uit gecoördineerde deelen (als bijv de organen m het organisme of de potentieele deelen m de continue uitgebreidheid) doch IS niets anders dan de verwerkelijking of zijnsbepaling der materie (als potentie) door den vorm (als akt of zijnsvolmaaktheid) De materie is het potentieele en dus passieve deelbare vervolmaaktbare en vervormbare in de realiteit van het lichaam, de vorm het m-de-orde-van-het-zijn bepalende volmakende of actueerende beginsel dat de op zich indifferente geschiktheid de: materie tot een bepaald zijn of een zijnseenheid verwerkelijkt Stof en vorm zijn dus voor het hylemorphisme de twee ontologische grondbegrippen T e z a m e n vormen zij eeist het concrete ding de substantie Z o n d e r elkander bezitten ze geen zelfstandigheid Kennisleer V o l g e n s de thomistische school berust de kennisleer op de leer omtrent het zijn H e t verstandelijk kennen is „een grijpen van het zijn en wel tot m zijn diepsten grond een wezensschouw ' - ) De specifieke verschillen tusschen de stoffelijke verschijnselen zijn niet subjectief-psychisch doch objectief m de verschijnselen zelf aanwezig H e t thomisme verwerpt iedere subjectivistische kennistheorie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's