1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 173
165 dezer handelwijze in zijn vaak aangehaalde uitspraak, dat een voldoend groot intellect een differentiaalvergelijking zou kunnen o p stellen, waaruit verleden en toekomst zouden zijn af te leiden. Deze mening is onjuist, omdat de coëfficiënten dezer vergelijking wegens de onnauwkeurigheid der waarneming nooit precies zouden zijn. N o g veel minder gegrond is de mening, dat de ..vrije wil" des mensen in verband zou staan met de omstandigheid, dat de differentiaalvergelijkingen der theorie soms meer dan één oplossing toelaten. Een ander voorbeeld, w a a r o p o.a. H e n r i Poincaré, de bekende F r a n s e natuurfilosoof, heeft gewezen, betreft de Mechanica. In zijn werk ,,La science et l'hypothèse" w o r d t in Hoofdstuk V I de opmerking gemaakt, dat in Engeland de Mechanica wordt opgevat als een experimentele wetenschap, daarentegen op het vaste land van E u r o p a als een wetenschap, die a priori door deductie is op te bouwen, evenals de W i s k u n d e . Natuurlijk hebben de Engelsen gelijk en de Duitsers ongelijk, voegt Poincaré er aan toe. Z o vindt men zelfs in een werk over Mechanica van Boltzman, de bekende W e e n s e theoreticus, een verscheidene bladzijden lang bewijs van de Stelling van het Parallellogram van Krachten, waarbij in de redenering de te bewijzen stelling impliciet gebruikt wordt; het is slechts een schijnbewijs. Z e e r duidelijk werd ook steeds het juiste verband tussen inductie en deductie in het licht gesteld door wijlen Prof. van der W a a l s . Zelf gebruikte deze voortdurend de wiskundige berekening op meesterlijke wijze — zijn aanleg w a s stellig zeer mathematisch — doch hij had een zo filosofische ,,überblick", dat hij nooit het evenwicht verloor. V a n d a a r dat hij steeds alle verslagen vanexperimenten, die men hem toezond, nauwkeurig naging. E e n s liet hij zich zelf.s ontvallen: ,,Wij hebben 99 experimentatoren nodig om 1 mathematicus in het gareel te houden". M e t een en ander hangt dus wel samen de vraag of de W i s k u n d e , geheel logisch ontwikkeld, de natuurwetenschap kan bekronen en voltooien. W a n t zo schijnt wel de opvatting te wezen, die men ook bij mannen van wetenschappelijke roem aantreft. Wijlen Prof. de Sitter, een autoriteit van wereldnaam, eindigde zijn oratie als rectormagnificus in 1926 met een verheerlijking der W i s k u n d e . In deze oratie wordt de stand der voornaamste problemen in de Astronomie behandeld en d a a r n a besluit Prof. de Sitter aldus: H e t getal, beter gezegd de W i s k u n d e , die meest volmaakte en meest onmateriële schepping van de menselijke geest, is ons het middel, w a a r d o o r wij hopen ons hoe langer hoe meer te bevrijden van de beperkingen, ons door onze menselijke onvolmaaktheid en materiële gebondenheid opgelegd, de trap, w a a r l a n g s wij hopen op te klimmen tot steeds zuiverder, steeds vrijer en onbevangener aanschouwing van het, voor altijd onbereikbare, wonder. Dit ,,wonder" is natuurlijk de Sterrenwereld. Als ik deze uitlating goed begrijp, meent Prof. de Sitter dus, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's