1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 193
185 In de hierop volgende bespreking vraagt D r Fokkens Is er uitgebreid onderzoek verricht met betrekking tot de bloedgroepen bi] andere dieren behalve apen^ D r G e r b r a n d y heeft niet geheel begrepen de tirade over de afstamming W a t IS de draagwijdte der uitdrukking ,,wi) zullen dit wel nooit w e t e n ' ' Ligt de studie van deze vraagstukken buiten het menschelijk weten^ W i j nemen w a a r het verschijnsel van de differentiatie van het menschdom D a t de eene toestand uit de vorige is ontstaan is toch ook voor een christen wetenschappelijk juist te noemen al blijven wij m laatste instantie bij den eersten oorsprong staan D r Schouten heeft een zm met verwondering aangehoord ,,Natuurlijk kan men met Röntgenstralen progressieve mutaties verkrijgen" Al noemt Stomps dit waarschijnlijk, lijkt het hem (Schouten) niet bewezen D r J P de G a a y F o r t m a n v r a a g t ten eerste w a t eigenlijk de oorzaak IS van de geldrolvormmg der erythrocyten, die men vaak m bloedpraeparaten waarneemt en door den spreker ook is ter sprake gebracht en die moet w o r d e n onderscheiden van de agglutmatie^ T e n tweede merkt hij op dat de spreker een belangrijk deel van zijn voordracht heeft gewijd aan het falen van de pogingen om het bloedgroep-onderzoek m dienst te stellen van de evolutie-hypothese H e t komt hem (dr d G F ) voor, dat genoemde pogingen toch wel heel praematuur zijn te achten m dit stadium van het onderzoek, waarbij zelfs elk verband met de rasverwantschap der menschen onderling tot nu toe volmaakt duister is gebleven D a a r o m is voor ons wel te bedenken, dat dit mislukken van genoemde pogingen der evolutionisten ook niet mag worden gebruikt als een argument tegen de evolutie-hypothese Prof Sizoo vraagt Spelen de bloedgroepen ook een rol bij de huwelijksvruchtbaarheid' 2 W a a r o m moet men van evolutionistisch standpunt juist uitgaan van een combinatie o en kan men niet bij de eerste menschen die m de geleidelijke ontwikkeling toch geen bijzondere plaats innemen, reeds de aanwezigheid van de vier agglutmmen a a n nemen'' A n t w o o r d van den inleider aan D r Fokkens • Spr antwoordt, dat zelfs bij apen nog niet van uitgebreid onderzoek mag gesproken w o r d e n D a n zou voor deze qualificatie meer het p a a r d m aanmerking komen, gezien den aibeid van Schermer en zijn medewerkers, die tot 1936 meer dan 400 paarden h a d d e n onderzocht Sedert dien zal dit aantal wel zijn vergroot V e r d e r is bloedgroeponderzoek verricht bij rund, varken en schaap en n a a r ref meent te weten ook bij kippen In geen van deze gevallen is 1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's