1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 183
175 toe, om de wereldorde der natuurwetenschap en den God der religie ,,miteinander zu identifizieren" D e Godheid, die de religieuse mensch met zijn aanschouwelijke symbolen tracht nader te komen, w o r d t dan wezensgelijk met de natunrwettelijke Macht, waartoe de onderzoekende mensch uit zijn waarnemingen besluit BIJ deze overeenstemming blijft er wel een fundamenteel verschil. V o o r de religie staat God aan het begm, voor de natuurwetenschap aan het einde van alle denken, voor de eerste is Hij het fundament voor de tweede de kroon van den opbouw der wereldbeschouwing Dit verschil, dat correspondeert met de verschillende rol, die natuurwetenschap en religie m het leven van den mensch spelen, is echter geen tegenstrijdigheid Integendeel hoe dieper men in het wezen én van religie en van natuurwetenschap graaft, des te meer blijkt, dat „wenn auch die M e t h o d e n verschieden smd . der S m n der Arbeit und die Richtung des F o r t s c h n t t e s doch vollkommen uberemstimmen" E n d a a r n a volgt dan de boven reeds geciteerde slotzin Overzien we nu het geheele betoog, dan treft d a a r m allereerst als een verblijdend en dankbaar te noteeren feit, dat Planck zoo openlijk en forsch positie kiest tegen hen, die de natuurwetenschap pogen te stellen m dienst van de bestrijding der religie Zijn ciitiek op de positivistische interpretatie van de natuurwetenschappelijke kennis nemen we gaarne over Zijn meening, dat m de grondtrekken van de natuurwetenschappelijke wereldconceptie een bevestiging kan worden gezien van hetgeen de religie leert omtrent God en wereld, is ook de onze Dit neemt niet weg dat er toch eenige vragen over blijven die men eigenhjk het liefst m persoonlijk gesprek zou willen zien beantwoord H e t is merkwaardig, dat m de geheele voordracht noch Bijbel, noch Christendom worden genoemd D e termen religie of religieus worden slechts door de toevoegingen ,,wahrhaft", of ,,echt", of ,,tief" nader bepaald Beteekent dit, dat Planck ook voor zichzelf niet tot een nadere bepaling wenscht te komen'' H e t feit, dat hij zich zoo nadrukkelijk bij de woorden van F a u s t aansluit zou dit kunnen doen vermoeden Ook de nadruk, w a a r m e d e hij verklaart, ,,dasz es fur einen naturwissenschafthch emigermaszen Gebildeten schlechterdmgs unmoglich ist, die vielen Berichte von auszerordentlichen, den N a t u r g e s e t z e n widersprechenden Begebenheiten von N a t u r w u n d e r n die gememhm als wesenthche Stutzen und Bekraftigungen rehgioser Lehren gelten heute noch als aut W i r k h c h k e i t beruhend anzuerkennen' doet vreezen, dat in de religie, die Planck wil verdedigen, de W o o r d o p e n b a r i n g geen plaats, althans geen volledige erkenning kan vinden D a a r staat tegenover, dat de norm, die hij aan de w a r e religieuse gezindheid stelt n 1 de erkenning van God als eeuwig onafhankelijk, machthebbend W e z e n , aan W i e n de mensch zich m eerbied en vertrouwen overgeeft, toch wel aan de Christelijke religie schijnt ontleend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's