1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 184
176 Ook hetgeen Planck zegt omtrent de verhouding van natuurwetenschap en religie laat, hoe positief het ook klinkt ruimte tot vragen over Is het, althans voor wie de Schrift als bron der G o d s kennis a a n v a a r d t wel geoorloofd de wereldorde der natuurwetenschap en de God der religie met elkaar te identi[tceeren^ God stelt de wereldorde en Zijn M a c h t bestuurt den loop der verschijnselen, maar Hijzelf noch Zijn M a c h t zijn met de wereldorde of met eenige natuurmacht identiek Ik geloof niet dat Planck dit laatste inderdaad bedoelt te zeggen, maar ondubbelzinnig zijn zijn uitspraken hier niet Z o o vraagt men zich ook af w a t hij precies bedoelt als hij zegt, dat WIJ God behalve Zijn Almacht en Alwetendheid nog de attributen van Goedheid en Liefde toeschrijven, dat daardoor de troostzoekende mensch ,,ein erhohtes M a s z sicheren Glucksgefuhls" verkrijgt, en dat hiertegen van het standpunt der natuurwetenschap niets is m te brengen Hier rijst de bedenking, d a t het toch niet g a a t om hetgeen wij G o d toeschrijven maar om hetgeen God den mensch omtrent Zichzelf openbaart H e t is mogelijk, dat Planck niet bedoelt het laatste te ontkennen maar uit hetgeen hij zegt valt dit niet af te leiden Bij hetgeen Planck opmerkt omtrent het principieel verschil tusschen religie en natuurwetenschap, n 1 dat voor de eerste God het fundament, voor de tweede God de kroon der wereldconceptie is zou men willen vragen, of dan niet voor den godsdienstigen mensch de belijdenis, dat God den kosmos schiep en onderhoudt tot Zijn eer ook aan het natuuronderzoek voorafgaat, er het fundament van is en alleen daarom er ook de kroon van kan zijn H e t stellen dezer vragen vloeit niet voort uit zucht tot critiek evenmin bedoelen zij de beteekenis dezer rede te verzwakken H e t belang der zaak waarover deze rede handelt, eischt echter, dat men nauwkeurig acht slaat op hetgeen wel en niet w o r d t gezegd Vooral bij een m zoo algemeene termen gehouden betoog dreigt licht het gevaar dat men door het m d i a g e n van eigen gedachten m de woorden van den spreker hem meer of andere dingen laat zeggen, dan hij inderdaad heeft gezegd of bedoeld Klaar en duidelijk spreekt uit deze rede Planck's geloof m een Almachtig, Alwetend en Liefdevol God, en zijn overtuiging, dat er geen tegenspraak is tusschen dit geloof en de resultaten van het natuurwetenschappelijk onderzoek der verschijnselen M a a r het blijft onzeker of de religie w a a i voor Planck m het krijt treedt, gegrond is in openbaring met name op de openbaring m de Heilige Schrift, of zij het w o n d e r ook als historisch feit erkent, of zij rekening houdt met de zonde, of zij Christus m het middelpunt stelt H e t liefst willen wij onderstellen, dat Planck, om de strekking van zijn rede zoo algemeen mogelijk te houden en deze in zoo breed mogelijken kring ingang te doen vinden deze steenen des aanstoots opzettelijk heeft vermeden, en zich met voorbedachten rade tot de prolegomena van het probleem van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's