1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69
61 Deze schriftuurlijke waarheid moet het uitgangspunt zijn van een natimrphdosophie die en op bijbelschen grond opgebouwd en waarachtig werkehjkheidsgetrouw wil zijn H o e geheel anders dan het hylemorphisme zien wij bij dit uitgangspunt onzer wereldbeschouwing de natuurwezens en hun verb a n d e n W i j zien de natuur als een uitdrukking van G o d s wereldplan van Zijn gedachte die een volheid van ordeningen is Deze eeuwige gedachte Gods ligt met besloten m een materie die dooi h a a r moet w o r d e n gevormd en die een anti-goddelijk element m de werkelijkheid is waarin zich het goddelijk vormen een grens zie*gesteld W a n t zoo is het volgens de hylemorphistische theorie van Aristoteles D e materie staat bij hem vreemd tegenover het redehjlvormbeginsel en alle natuurdingen dragen dan ook iets anti-redelijks aan zich een gevolg van hun stoffelijk en tijdelijk zijn D e God der Schriften is oneindig anders dan de redegod van Aristoteles Hij schept de natuurwezens uit Zijn volheid uit den onuitputtelijken rijkdom van Zijn Goddelijken Logos en Hij stelt ze onder wetten bij hun functioneeren m den tijd D e schepselen zijn subjecten gesteld onder Gods wet en beide vinden hun oorsprong m Gods souveremen Schepperswil Het
materiebegrip
V o l g e n s het hylemorphisme is de materie iets dat een zuiver passief karakter d r a a g t en dat het substraat is waarin altijd een of andeie wezensbepaling is verwerkelijkt ' D e materie is een echte realiteit het vormbare substraat waaruit alle lichamen zijn gevormd door verwerkelijking van een bepaalden zijnsvorm m dit substraat ' ^-J) Deze materie is nimmer tot den vorm te herleiden Z e is juist een bestanddeel der werkelijkheid dat door de vormen nooit geheel aan zich gelijk kan worden gemaakt ofschoon deze d a a r wel n a a r stre ven Z o o manifesteert zich bijv m alle mdividueele gelijksoortige dieren een-en-dezelfde wezensvorm De verschillen tusschen deze dieren zijn een gevolg van de materie Bij elk o r g a a n faalt de voim weer op een of ander onderdeel Geen individu is identiek met den wezensvorm alle hebben ze grootere of kleinere gebreken Aristoteles ziet hierin een analogie van het kunstvol boetseeren ook de kunstenaar ziet zich m zijn mm of meer weerbarstig materiaal een grens aan zijn boetseervermogen gesteld Augustinus kan als christendenker uitteiaard deze aiistotehsche leer der materie niet a a n v a a r d e n Hij is van oordeel dat G o d eerst de vormlooze materie die hij ten onrechte gelijkstelt met de woeste en ledige aarde ' van G e n 1 2 heeft geschapen en d a a r n a pas geformeerd •^4) T h o m a s van A q u m o daartentegen en m navolqmg van hem het thomisme beweert, dat een voimlooze materie een fictie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's