1938 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 159
151 alle oorspronkelijk door Perron gevondene, doch dan met bronvermelding aan andere mathematici ontleende) in het artikel : O . Perron, Z u r Existenzfrage eines M a x i m u m s oder Minimums, Jahresber. d. D . M, V . 22 (1913), blz. 1 4 0 ^ 1 4 4 . Z i e o o k : O . Perron, Über W a h r h e i t und Irrtum in der Mathematik, Jahresber. d. D . M . V . 20 ( 1 9 1 1 ) , blz. 1 9 6 - - 2 1 1 . R. Sturm, Z u r Existenzfrage eines M a x i m u m s oder Minimums, Jahresber. d. D. M, V . 22 (1913), blz. 43—44. ^0) D e oorzaak daarvan is waarschijnlijk hierin te zoeken, dat Steiners onder '•') geciteerde artikel, dat behalve het isoperimetrische probleem ook vele soortgelijke vragen behandelt, in twee deelen is verschenen. Alleen in het eerste deel (bij Steiners eerste bewijs) vindt men (op blz. 193) de hier onder '•*) geciteerde uitspraak; deze w o r d t in deel II bij de vier andere bewijzen niet herhaald, w a t den bovenbedoelden indruk kan wekken. Toevoeging bij de revisie: Dezen indruk wekt zelfs Perron in zijn eerste onder i^) a.w., als hij o.a. uitdrukkelijk verklaart, dat zijn tegenvoorbeelden ,,die Fehlerhaftigkeit der Sfeinerschen Beweisführung in helles Licht setzen" (blz. 142). H e t blijkt overigens uit het tweede onder i-'j g ^ yan Perron (blz. 2 0 2 ) . dat deze zeer wel van de uitspraak van Steiner (zie onder '•')) op de hoogte is. D e fout, die Steiner maakt door de juistheid dier uitspraak zonder bewijs aan te nemen, is, zooals reeds opgemerkt, zeer ernstig. H e t is de vraag of hij later haar heeft ingezien; uit W. Blaschke, Kreis und Kugel (Leipzig 1916) blijkt n.l. het interessante feit, dat Dirichlet getracht heeft Steiner van de lacunes in diens bewijzen te overtuigen (blz. 4; zie ook de o p merking van Perron in zijn eerste onder i'-*) a.w., blz. 140). 21) Deze naam is op historische gronden te veroordeelen. Z o o hield zich vóór Dirichlet o.a. reeds Gauss met het probleem bezig. Door de overstelpende hoeveelheid literatuur tot beperking gedwongen, volsta ik met a a n g a a n d e dit probleem en zijn geschiedenis te verwijzen n a a r twee artikelen in de ,,Encyklopaedie der Mathematischen W i s s e n s c h a f t e n " : H. Burkhardt-~W. F. Meyer, Potentialtheorie. (Ene. II A 7 b in Bd. II, 1, 1; blz. 4 6 4 — 5 0 3 ) ; speciaal blz. 486 e.v. L. Lichtenstein, N e u e r e Entwicklung der Potentialtheorie. Konforme Abbildung. (Ene. II C 3 in Bd. II, 3, i; blz. 177— 377). "-)
V o e r t men in het vlak Cartesiaansche coördinaten (x, y) in, dan luidt de differentiaalvergelijking van Laplace :
S x2^ <Y^ '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 200 Pagina's